Battlereport 'Duel tegen Japanse lichte kruiser' (Celebes Zee, 1942)

Waar: om mijzelf wat te oefenen in het spelregelsysteem 'Victory at Sea' (V@S), bedacht ik een duel-scenario tussen de lichte kruiser Hr.Ms. Java en de Japanse lichte kruiser IJN Sendai, ergens in de Indische wateren, begin 1942. Dit werd thuis gespeeld, op de eettafel (waarover een 4x4 feet kleed gedrapeerd was met zee-motief (Caribean Sea)). Ik was, gezien de verpletterende historische nederlaag tijdens de slag in de Javazee (feb.1942, waar beide schepen aan deelnamen), benieuwd of de Nederlandse schepen echt totaal geen kans hadden... 

Hoe: Er werd gebruik gemaakt van 1:3000 miniaturen van NAVWAR, aangevuld met een 1:700 model van een Nederlandse Do-24K vliegboot. Beide scheepstypen zijn ontworpen/gebouwd in de jaren '20 (van de vorige eeuw), zijn qua bouw niet beïnvloed door de maritieme wapenbeheersingsakkoorden van de jaren '30, en zagen zich tegenover elkaar gepositioneerd in de Tweede Wereldoorlog. Het gespeelde scenario ging uit van een 'klassiek' gebruik van lichte kruisers: het verkennen van de vijandelijke vloot. In werkelijkheid gebruikte de Japanse Keizerlijke Marine deze oudere, lichte kruisers echter als flottielje-leiders van een groep destroyers. Hun zwaardere bewapening (dan destroyers) en hun stafcapaciteiten maakten dit mogelijk. De Koninklijke Marine gebruikte hun lichte kruisers als linieschepen, in de linie tussen slagkruisers en zware kruisers in. Om hun vrij lichte bewapening binnen bereik van de vijand te krijgen, moest op deze manier de gehele linie erg dicht (lees: te dichtbij) bij de vijand komen... 

Zowel Hr.Ms. Java als IJN Sendai hebben in V@S een points value van 80 pnts., hebben enkelloops kanons, kunnen makkelijk manoeuvreren en kennen een zekere bepantsering. IJN Sendai had als enige een torpedobewapening, maar zwakkere kanons. Het V@S-boek legt niet goed uit voor beide scheeps-typen hoe de enkelloops kanons verdeeld zijn over het dek en in hoeverre dat het schootsveld beïnvloed. In veel gevallen dacht ik dat de 'Java' vaak met 6 kanons over 1 zijde kon vuren, maar in het V@S-boek wordt beschreven dat je slechts 5 attack dice mag gebruiken als je vuur opent, waarbij zelfs specifiek benoemd wordt dat vanuit de brede zijde er slechts 4 kanons op het doel gericht kunnen worden (vergetend dat voor en achter ook nog elk 1 kanon staat...). Voor IJN Sendai wordt een gelijksoortige denkfout gemaakt: hier denk ik dat vaak 5 a 6 kanons afgevuurd kunnen worden, maar V@S gaat uit van 4 attack dice..  

Voor de torpedobewapening is uitgegaan van 4 torpedobuizen aan elke zijde, met type 8M2 torpedo's (en dus niet de type 93 long lance). Deze oudere Japanse torpedo's hebben overigens een groter bereik dan de geallieerde torpedo's.

Het duel duurde ongeveer gedurende 12 turns & ongeveer 2 u., mede omdat ik niet snel in het V@S-boek regeltjes kon nalezen of vragen beantwoord kreeg... 

Battle Report. Een van de nieuwe Dornier 24K vliegboten van de Nederlandse Marineluchtvaartdienst was naar de Celebes Zee gestuurd om een mogelijke naderende Japanse invasievloot te verkennen. Hr.Ms. Java bevond zich in het zuidelijkste puntje van de Celebes Zee en onderhield radiocontact met deze vliegboot. Op grote afstand van de vliegboot werd een oorlogschip waargenomen, met 3 schoorstenen. Omdat dit waarschijnlijk een Japanse lichte kruiser was (met korte afstand lucht-verdediging), durfde de logge vliegboot wel iets dichterbij te komen. Met de verrekijker werd vastgesteld dat het om een oude, lichte kruiser ging van de Sendai-, Nagara- of Kuma-klasse. Nadat de radio-melding ontvangen was van de vliegboot, zette de 'Java' aan tot max. vaart en riep oorlogswacht op post. Na enige tijd werd de lichte kruiser waargenomen (afstand: 25 inch). De 'Java' stuurde 30 graden stuurboord (SB) uit voor een optimale onderscheppingskoers en kwam in gevechtswacht. Omdat IJN Sendai ook op max. vaart gekomen was, naderden beide schepen elkaar snel.

In turn 6 zijn beide schepen elkaar genaderd tot 14,5 inch en opent de 'Java' het vuur over bakboord (BB) met haar 15 cm. kanons op long range. Het vuur is meteen dekkend: 3 schoten treffen doel, echter 2 daarvan worden tegengehouden door de Japanse pantsergordel van 64 mm en het pantserdek van 29 mm staal. 1 Treffer doorboorde het vrij lichte pantserdek en veroorzaakte schade (hull Sendai: 16-1=15). IJN Sendai beantwoord het kanonvuur met een salvo van 4 torpedo's over SB op extreme range. Gevisualiseerd door de splinternieuwe 'Ammo' symbolen. De 'Java' wordt door 1 zo'n torpedo geraakt, wat tot een behoorlijke schade aan het onderwaterschip leidt (3 hull points). Hull Java: 16-3=13. IJN Sendai heeft door dit torpedosalvo aan SB geen torpedo's meer beschikbaar. 

In turn 7 blijven de kruisers elkaar naderen. De 'Java' bevuurt haar tegenstander opnieuw; dit keer op short range (afstand: 10 inch). Ofschoon de trefkansen zouden moeten verbeteren, zijn de 5 dobbel-stenen mij niet gunstig gestemd. Er is maar 1 treffer door de 64 mm. dikke pantsergordel heen. Hull Sendai: 15-1=14. IJN Sendai beantwoordt het Nederlandse kanonvuur met haar eigen, zwakkere kanons (waardoor ze geen kans heeft op een critical hit op Hr.Ms. Java). De 4 dobbelstenen komen tot 2 hits, waarvan er 1 afketst op de Nederlandse pantsergordel van 75 mm. dikte. Hull Java: 13-1=12.

In turn 8 zijn beide kruisers elkaar genaderd tot op 5 inch. Beide kanontypes vuren nu op point blank range. De 'Java' plaatst 2 treffers op haar tegenstander. Hull IJN Sendai: 14-2=12. IJN Sendai vuurt over SB terug en plaatst ook 2 treffers (hull Java: 12-2=10). Beide schepen varen inmiddels max. vaart parallel aan elkaar.

In turn 9 vallen de dobbelstenen gunstig voor de 'Java'. Het kanon salvo leidt tot initieel 4 treffers, waarvan 2 door het pantser breken. Hull Sendai: 12-2=10. De IJN Sendai is nu echter ook goed ingeschoten: haar kanonniers plaatsen ook 4 treffers, waarvan zelfs 3 het Nederlandse pantser doorboren! Hull Java: 10-3=7... het ziet er slecht uit voor de Nederlanders!

In turn 10 deelt de 'Java' echter een harde klap uit naar haar tegenstander: 5 treffers, allen pantser-doorborend! Hierdoor raakt IJN Sendai crippled (hull: 10-5=5). Als gevolg daarvan kan ze nog maar halve snelheid varen, is nog maar de helft van haar bewapening beschikbaar en heeft haar bepantsering het feitelijk begeven... Desondanks blijft de gehavende Sendai terugvuren. Haar kanonniers weten nog 1 hit te plaatsen. Hull Java: 7-1=6 (net niet crippled...).

In turn 11 vergroot de behoorlijk aangeschoten Hr.Ms. Java de afstand tot haar sterk gehavende Japanse tegenstander en probeert een haven te bereiken. Haar kanons treffen IJN Sendai nogmaals 4-maal (hull Sendai: 5-4=1). Het is mij hier niet geheel duidelijk of IJN Sendai dan nog kan terugvechten. Voor de oefening doe ik dat wel... Met de helft van haar kanonbewapening weet IJN Sendai nog 2 pantserdoorborende treffers te plaatsen op de 'Java', waardoor zij ook crippled raakt! (hull Java: 6-2=4).

In turn 12 zit ik met hetzelfde probleem: wat kunnen beide crippled schepen nog (lees: wat zegt het V@S-boek daarover)? Als ik ze laat door vuren op elkaar (met halve bewapening en halve snelheid) resulteert dat in de volgende situatie: de dobbelstenen zijn Hr.Ms. Java niet gunstig, de enige treffer ketst af... IJN Sendai weet echter nog wel een treffer te plaatsen...

Wat vind ik er van? Het was een goede vinger- en denkoefening voor mij in het gebruik van V@S-spelregels. Ik ben nl. iets beter thuis in de Shipwreck spelregels (modern Naval wargame). Het vergt heel wat dobbelsteen rondes om een schip te raken: eerst bepalen of je een treffer hebt, daarna dobbelen of je het pantser doorboort en vervolgens dobbelen om het schadebeeld. Wat mij bevreemdt is dat Hr.Ms. Java geen enkele critical hit heeft kunnen plaatsen op haar tegenstander, maar dat die toch bijkans gezonken is. Sowieso had ik geen goed zicht op welke schade ik zelf had of welke ik veroorzaakte... De grootste schade werd in dit spel veroorzaakt door een torpedo-inslag; het blijven gevaarlijke wapens. Het lijkt dat deze typen lichte kruisers aan elkaar gewaagd waren... De bepantsering van Hr.Ms. Java was zelfs licht beter dan die van IJN Sendai! Een volgende keer maar eens een geallieerde zware kruiser laten duelleren tegen een Japanse zware kruiser; daar verwacht ik wel wat meer verschil tussen... Overigens is zo'n maritiem duel op leven & dood niet erg realistisch: een lichte kruiser is een verkenner; na waarneming van de vijand (de echte taak) zou deze zich idealiter terugtrekken (of de vijand naar de eigen slagschepen of onderzeeboten lokken)...


Tussenstand WW2 oorlogschepen schilderen

Afgelopen weken is de 'scheepswerf' druk geweest: er is een aanzienlijke voorraad oorlogsschepen aangekomen en geschilderd. Dit is een tussenstand v.w.b. de miniaturen voor de Tweede Wereldoorlog.

De nu beschikbare Japanse vloot bestaat uit 2 slagschepen, 3 zware kruisers, 6 lichte kruisers en 8 destroyers. Het aantal geschilderde destroyers is nog te weinig om de slag in de Javazee na te kunnen spelen, maar ik heb 9 destroyers in de laatste afbouwfase, dus dat gaat binnenkort goed komen.

De Britse vloot is sterk uitgebreid en bestaat nu uit 6 slagschepen/slagkruisers, 3 zware kruisers, 5 lichte kruisers, 3 vliegkampschepen en 6 destroyers. Voldoende om de Britse bijdrage aan o.a. de zeeslag met de Graf Spee (1939), de zeeslag in de Javazee (1942) en de zeeslag in de Barentszzee (1943) te leveren, maar voor zeeslagen in de Middellandse Zee vergt dit nog enige uitbreiding. Watch this space.

De Duitse vloot is nog klein (3 slagschepen, 3 zware kruisers en 2 destroyers; rechts op onderstaande foto), maar diverse aanvullende schepen zijn op stapel gezet (lees: zijn besteld). Dit geldt ook voor Britse en Duitse vliegtuigen (Swordfish torpedobommenwerpers, Sea Otter en Arado 196 water verkenningsvliegtuigen).

De Nederlandse vloot, ofschoon klein, was al eerder uitgebreid. Die vloot telt nu 1 slagkruiser, 5 lichte kruisers en 6 destroyers. Daarmee kan ik de Nederlandse inbreng in de slag in de Javazee, alsmede andere zeeslagen heel aardig vormgeven. Daar zijn recent 2 Dornier-24 vliegboten aan toegevoegd.
Verder wordt hard gewerkt om het aantal koopvaardijschepen uit te breiden: uiteindelijk worden dat een kleine 10 schepen, die daarmee geschikt zijn om een konvooi te formeren.

Met het schilderen van de gedeeltelijk aangeschafte Italiaanse vloot (Middellandse Zee, vechtend tegen de Britten) ben ik nog niet begonnen. Ik heb al wel een mooie boek gescoord over de te gebruiken camouflagepatronen van de Regia Marina. 

Battle Report 'my first Shipwreck Rules Wargame'

Waar: als beginnend Naval Wargamer had ik in de kerstvakantie 2023/2024 een gelijkgestemde vriend uitgenodigd om bij mij thuis een Naval Wargame te spelen met de spelregels van ‘Shipwreck’. Edzard zou zijn eigen USSR-smaldeel schilderen en meenemen; ikzelf zou een zo gelijkwaardig mogelijk NAVO-smaldeel beschikbaar hebben om op die manier een niet-historische maritieme schermutseling te spelen. Thuis had ik de beschikking over een (opklapbare) speeltafel (gewoon, in de huiskamer) en een 6 x 4 ft speelmat met zee-afbeelding.
Hoe: Het spel werd gespeeld met 1:3000 scheepsminiaturen, veelal van fabrikant NAVWAR en geschilderd door beide opponenten (in hun geheel eigen stijl). Het USSR-smaldeel bestond uit 5 schepen uit hun Noord- en Oostzeevloot: als vlaggenschip een ‘Slava’-klasse kruiser (geoptimaliseerd voor bestrijding van NAVO vliegkampschepen en kruisers), ondersteund door een moderne Udaloy-destroyer (geoptimaliseerd voor onderzeebootbestrijding), 2 oudere Kashin-klasse destroyers en een Krivak III-klasse fregat van de Sovjet-grenstroepen. Het NAVO smaldeel bestond uit vlaggenschip de kruiser USS Long Beach (geoptimaliseerd voor luchtverdediging), de destroyer USS Bainbridge en het relatief moderne Nederlandse GW-fregat van de Tromp-klasse (ook geoptimaliseerd voor luchtverdediging) en een Standaard-fregat van de Kortenaer-klasse. Als laatste was een Brits fregat van het type 22 Batch 2 toegevoegd. Het 5-tallige Sovjet-smaldeel had de beschikking over 2 (oudere) Ka-25 ‘Hormone’ helikopters; het 5-tallige NAVO-smaldeel over 1 (modernere) NH-90 helikopter en een stokoud Lockheed ‘Neptune’ patrouillevliegtuig. De vliegende miniaturen hadden een schaal 1:600.
Wij beiden hadden nog niet veel met de regelset van ’Shipwreck’ gespeeld, dus tijdens het spel moest nog veel opgezocht worden in het boek. We speelden geen scenario of historische zeeslag; we zouden elkaar gewoon tegemoet varen en elkaar tot zinken brengen (was alles maar zo eenvoudig…). Afgesproken werd dat helikopter inzet (gold ook voor de ‘Neptune’, die zou ingezet worden als een helikopter) na 5 turns beëindigd zou worden. Dan moesten ze weer ‘aan dek staan’ om te tanken. Uitgangsituatie was dat beide smaldelen 75 nautical mijl (nm.) van elkaar verwijderd waren. Afgevuurde missiles zouden worden gepresenteerd met een D10 dobbelsteen, waarbij het getal het aantal missiles aangaf. Naarmate er missiles neergehaald werden, werd de D10 anders gelegd. Er werd tevens gebruik gemaakt van counters om aan te geven of eenheden hun radar actief hadden en/of gedetecteerd waren. Het daadwerkelijk spel duurde van 13.30u tot 17.15u.

Battlereport
Mede omdat er geen aanwijzingen waren dat er Sovjet onderzeeboten in het gebied waren, stuurde de Amerikaanse admiraal een van zijn onderzeebootbestrijdingshelikopters naar voren om een USSR smaldeel te zoeken dat 2 dagen geleden gerapporteerd was op een zuidelijke koers richting Groot-Brittannië. Dat smaldeel diende tegengehouden te worden. Het NAVO-smaldeel had hiervoor de beschikking over 4x8 (=32) RGM-84 Harpoon raketten en 4 MM38 Exocet raketten. Omdat de Sovjet eenheden over grotere, zwaardere en snellere raketten beschikten (SSN-12 op de SLAVA-klasse), koos de admiraal ervoor om zijn helikopter zo snel mogelijk met radar de zee af te laten zoeken, maar de radars van zijn schepen voorlopig stil te houden… Dat zou het verrassingseffect vergroten. De NH-90 hield hij wel dicht bij het smaldeel (binnen 10 nm.), om te voorkomen dat deze snel uit de lucht geschoten zou worden door de lange-afstand SAN-6 luchtafweerraketten van de Slava-klasse van de USSR.
Het Sovjet smaldeel koos er juist voor om hun beide helikopters af te vliegen en daarna met radar een groter gebied af te zoeken. Ook de Sovjet oppervlakteschepen hielden hun radar uit, om geen onnodige aandacht te trekken.
Al snel werd een groot contact (waarschijnlijk de Sovjet kruiser van de Slava-klasse) op radar gedetecteerd door de Nederlandse NH-90 helikopter; op een afstand van 62 nm. van de helikopter. Die informatie werd ogenblikkelijk via datalink gerapporteerd aan alle eenheden van het NAVO-smaldeel.
Een van de Sovjet helikopters, die op ca. 20 nm. van het Sovjet smaldeel opereerde, detecteerde de tamelijk grote USS Bainbridge. Omdat de Ka-25 ‘Hormone’ helikopter niet uitgerust is met een datalink, kon deze melding niet ogenblikkelijk doorgezet worden naar het Sovjet vlaggenschip.


















Het NAVO-smaldeel ging ogenblikkelijk over tot actie! Omdat alle schepen via de datalink zowel positie als koers & vaart verkregen hadden, werd door de US admiraal opdracht gegeven een 14-tal RGM-84 Harpoons af te vuren op dit grote radarcontact, in de hoop dat dat de Slava-klasse was. Zonder hun radar te activeren, vuurden de Nederlandse fregatten ‘Tromp’ en ‘Philips van Almonde’ in totaal 14 RGM-84 Harpoons af(foto boven). De kruiser USS Long Beach wilde met RIM-8 Talos luchtafweer-raketten tevens beide USSR-helikopters onder vuur nemen, maar kon dit niet wegens het feit dat haar Talos-launcher vanaf haar achterdek beide helikopters niet kon zien (geen line-of-sight). En de RIM-2 Terrier luchtafweerraketten op haar voordek hadden hiervoor onvoldoende bereik….
Een van de Sovjet Ka-25 ‘Hormone’ helikopters detecteerde al rap minstens 1 aanstormend Harpoon missile en sloeg over de radio alarm. Daarop activeerden alle Sovjet schepen hun radar, om zich te kunnen verdedigen tegen deze luchtdreiging. Op een afstand van ca. 25 nm. (medium range) werden door de Sovjet schepen meerdere aanstormende Harpoons (snelheid: mach 0.8), die uiterst laag vlogen (seaskimming), gedetecteerd. De moderne Udaloy-klasse detecteerde er 10 (van de 14), de oudere schepen detecteerden er slechts 7 of zelfs maar 4…(deze aantallen kwamen uit het gooien met dobbelstenen en de te gebruiken modifiers per scheepsklasse). De zwaarbewapende Slava-klasse kruiser trof met haar SAN-6 raketten 2 Harpoons (foto beneden). Nu waren er nog maar 12.
























Naarmate die Harpoons dichterbij kwamen, werden ze beter gedetecteerd door de Sovjet-schepen en nu konden er ook meer schepen op vuren. Op short range (de regelset ‘Shipwreck’ gebruikt afstandschillen) haalde de Slava-klasse en de Udaloy-klasse er elk nog 2 neer. De Krivak III-klasse haalde er zelfs 1 neer met haar vrij oude SAN-4 raketsysteem. Beide Kashin-klasse destroyers konden met hun oude SAN-1 luchtafweerraketten niets uitrichten tegen seaskimming raketten, zoals de RGM-84 Harpoon. De Harpoons hadden intussen hun radar geactiveerd en vonden scheepsdoelen…. De Sovjet-eenheden lanceerden echter chaff, om een eventuele lock-on van een Harpoon te misleiden/verbreken.
De overgebleven 7 Harpoons passeerden de grens van very short range en gingen rechtstreeks af op gevonden radarcontacten. Omdat alle Sovjet luchtafweer raketsystemen al ingezet waren op short range konden die niet meer ingezet worden binnen very short range (Shipwreck regeltje). Dus de NAVO missiledreiging werd bestreden met kanonvuur, chaff en stoorzenders. Na dobbelsteen gooien bleek dat zowel chaff alsmede 30 mm snelvuurkanonnen het beste werkten: m.b.v. chaff werden door de Slava-klasse 2 Harpoons misleid en ook nog 2 tgv stoorzenders. Uiteindelijk sloeg er slechts 1 in op de Slava-klasse. Maar…. na het doorvliegen van een chaffwolk door de 2 overgebleven Harpoons, zagen deze opeens de nabij varende Udaloy-klasse destroyer en sloegen daar in! Het schip kwam tot snel tot stilstand en zonk over stuurboord weg, zwarte rook uitbrakend… De Slava-klasse kruiser (groter dan een Udaloy-klasse) had relatief lichte schade opgelopen en bleef grotendeels operationeel.
Dit hele gevecht vond plaats in Turn 2.
In turn 3 draaide het NAVO smaldeel naar bakboord, om vrij schootsveld te hebben op het Sovjet-smaldeel en zette aan tot max. snelheid. De NAVO-schepen geoptimaliseerd voor luchtverdediging (beide Amerikaanse schepen en het Nederlandse Geleide Wapen-fregat “Tromp’) activeerden hun radar. Ook het USSR-smaldeel zette aan tot max. vaart en hielden hun radars ‘actief’. De rapportage van de Sovjet-helikopter die USS Bainbridge gedetecteerd had, was inmiddels aangekomen en verwerkt door de staf aan boord van het Sovjet vlaggenschip. Ogenblikkelijk werd het totale arsenaal van 16 x SSN-12 anti-scheepsraketten van de Slava-klasse kruiser afgevuurd richting de USS Brainbridge (foto beneden).






















USS Long Beach had inmiddels door de koerswijziging in deze turn eindelijk vrij schootsveld op beide Sovjet helikopters, die ook wat dichterbij gekomen waren. Zo snel mogelijk werd een salvo RIM-8 Talos en een salvo RIM-2 Terrier raketten afgevuurd op deze doelen. 
Omdat de afgevuurde Sovjet SSN-12 raketten vrij hoog vliegen (vluchtpatroon), hadden de NAVO-schepen een redelijk detectiekans op deze grote raketten. Het NAVO-smaldeel zag ze inderdaad vrij snel, maar omdat USS Long Beach nog bezig was met het geleiden van haar Talos en Terrier raketten naar beide vijandelijke helikopters, kon ze haar raketsystemen niet richten op de aanstormende SSN-12’s. Dus deze nieuwe luchtdreiging werd eerst aangepakt door beide Terrier launchers van USS Bainbridge en vervolgens door de Standard Missile 1 launcher van de ‘Tromp’ (foto).





















Later bleek dat ik hier een denkfout gemaakt had, want USS Long Beach is in staat om minstens 3 luchtdoelen tegelijkertijd aan te pakken (dom, dom…) en had dus met haar overgebleven RIM-2 Terrier installatie kunnen deelnemen aan de gezamenlijke NAVO luchtverdediging. Bij de eerste verdedigingsronde werden er 2 SSN-12’s neergehaald. In de volgende run werden beide Sovjet helikopters vernietigd maar was er geen tijd meer voor USS Long Beach om de overgebleven inkomende SSN-12’s te vinden. Die waren inmiddels USS Bainbridge zo dicht genaderd, dat alleen korte-afstand wapens en chaff inzetbaar bleken. Door de ongunstige geometrie van het NAVO smaldeel, kon alleen het nabij varende Nederlandse S-fregat (beschikt alleen over zelfverdediging wapens) de USS Bainbridge enigszins bijstaan. Haar NATO Sea Sparrow missile inzet faalde echter tegen de snelle SSN-12 (realistisch dobbelsteen resultaat), maar meer dan 4 SSN-12’s werden misleid door chaff inzet. Uiteindelijk sloegen er 3 zware SSN-12’s in bij USS Bainbridge… ofschoon een vrij groot schip, bleken deze SSN-12’s veel te krachtig (een 4 keer zo grote warhead als Harpoon!); in 1 grote vuurbal ontplofte de Amerikaanse destroyer en zonk met groot verlies van opvarenden naar de bodem. Een door chaff misleidde SSN-12 vond in haar vliegrichting de USS Long Beach en sloeg in in de midscheeps… Met een behoorlijke schade tot gevolg.. maar het schip bestreed de daarop uitbrekende brand heldhaftig… Na enkele uren was het vuur uit en kon het op eigen kracht proberen terug te varen naar Groot-Brittannië, voor een grote reparatie-opdracht… Dit 2e gevecht vond plaats in turn 3.
De Amerikaanse admiraal en zijn staf was toen inmiddels overgestapt op het Nederlandse Geleide Wapen fregat en bezag de situatie voor het NAVO-smaldeel. Zijn staf ging ervan uit dat er slechts 1 Slava-klasse kruiser in het USSR-smaldeel aanwezig was, en dat dat smaldeel geen lange-afstand raketten tegen scheepsdoelen meer had (alle 16 SSN-12’s waren verschoten en geen ander type raket was ingezet). Het was nog even afwachten of er nog een Sovjet-helikopter airborne zou gaan, maar er waren al 2 Sovjet-helikopters neergehaald. De Nederlandse NH-90 had inmiddels gerapporteerd dat het nog maar 4 USSR schepen zag, i.p.v. 5. Het NAVO smaldeel de-activeerde daarop ogenblikkelijk haar radars, zodat het Sovjet-smaldeel nog meer in het duister zou tasten over hoeveel NAVO-schepen er over zouden zijn na de Sovjet aanval en waar ze zouden zijn. Het NAVO smaldeel had nog 4 MM38 Exocet (aan boord Brits fregat) en 2 RGM-84 Harpoons (a/b Nederlands S-fregat) over. De 4 over-gebleven Harpoons a/b USS Long Beach waren inmiddels op weg naar Groot-Brittannië…
Vanuit USSR-zijde was na de aanvankelijke geruststelling dat de Slava-klasse niet gezonken was na de NAVO-aanval, het besef doorgedrongen dat t.g.v. het verlies van beide Ka-25 helikopters ze geen zicht meer hadden op het NAVO-smaldeel. Hoeveel en welke schepen had dat smaldeel nog? En welke koers moest er nu gevaren worden om ze te onderscheppen en ze met het kanon-overwicht op de 4 over-gebleven Sovjet-schepen alsnog tot zinken te brengen? Ook had de Sovjet luchtverdediging een behoorlijke knauw opgelopen (dat gold overigens ook voor de NAVO, maar dat wisten de Russen op dat moment niet): De Slava-klasse kruiser had een behoorlijk deel van haar SAN-6 luchtafweer raketten verbruikt en het Sovjet schip met de moderne SAN-9 raketten (Udaloy) was gezonken…
Enfin, toen sloeg de real world genadeloos toe en verliet mijn tegenstander ons huis voor avondeten bij hem thuis (zeer begrijpelijk). Maar een tweede helft van dit gevecht (een ‘ouderwets’ nabijgevecht, met wellicht eerst nog enige NAVO-missiles richting USSR-smaldeel) was zeker ook spannend geweest…

Wat vind ik van mijn eerste ‘Shipwreck’ wargame?
Ofschoon ik mij als vml. marineman realiseer dat zo'n spel geen getrouwe simulatie is van de werkelijkheid (zoals ik die op zee meemaakte/beoefende), vond ik dat het spel best een aardig beeld gaf van de gelaagde luchtverdediging op zee. Omdat het moderne oorlogsvoering betreft geeft het inzicht in gangbare EOV (elektronische oorlogsvoering) overdenkingen: welke voordelen heeft het activeren van mijn radar, en ook: welke nadelen? Ik vond de verschillen in detectiekansen van oude en moderne schepen op missiles en andere luchtdoelen behoorlijk realistisch.
Een kleine uitdaging lijkt het gebrek aan een puntentelling per schip; hoe kun je nu een gelijkwaardig duel ontwerpen tussen 2 smaldelen? Maar ja, wat is een fair duel? Bestaat dat wel in werkelijkheid? Er wordt in de 'Shipwreck' regels niet echt een aparte fase ingepland om te dobbelen voor 'initiatief' (zoals gebruikelijk bij andere maritieme spellen zoals Victory at Sea of General Quarters..). In de praktijk van het spel is dat geen groot probleem, diegene die het snelst tot detectie komt, weet het meest en kan vuren... 
Ofschoon ons spel zo'n 2-3 uur duurde om te spelen, verveel je je niet gauw. Vanaf de openingsscène is het spannend: kan ik iets detecteren? Word ik zelf gedetecteerd? En wat doe ik als zoiets gebeurt? Kortom, het is uiterst speelbaar, maar om dat te bereiken mist er (uiteraard) wat reality/fidelity in het spel. Zo zijn de afstandsbereiken niet georganiseerd in daadwerkelijke afstanden (in km. of zeemijlen) maar in afstandsringen. En werd in de regels geen echt verschil gemaakt tussen de Mach 0,8 vliegende RGM-84 Harpoon en Macht 2,5 vliegende SSN-12 raketten. Desondanks blijft het leuk om te spelen!
En het geeft inzicht: uit deze zeeslag wordt duidelijk hoeveel luchtafweer-schillen een Russische Slava-klasse kruiser in theorie heeft (SAN-6, SAN-4, kanon, mitrailleurs, chaff en stoorzender) en dat je dus een heleboel missiles er op af moet vuren om daar doorheen te breken... Hoe verrassend is het dan dat de Slava-klasse kruiser 'Moskva' in 2022 in de Zwarte Zee al na 2 Harpoon-achtige Oekraiense raketten zinkt! Die Russen waren duidelijk niet operationeel!
                

Nederlandse vloot van Wereldoorlog 2 schilderen

Mede n.a.v. ons verpletterende verlies in de slag in de Javazee (zie mijn Battle Report van 28 okt. '23),  heb ik zelf inmiddels ook de Nederlandse vloot aangeschaft in schaal 1:3000. Het leuke is dat fabrikant NAVWAR ook de toenmalige 'toekomstige schepen' in model beschikbaar heeft. Ik doel dan op de beoogde 3 slagkruisers voor 'de Oost' (project 1047, nooit gebouwd vanwege de Duitse inval), de 2 lichte kruisers die in 1939 op stapel stonden (maar pas in de jaren '50 afgebouwd zijn met aangepast ontwerp) en de destroyers van de Callenburgh-klasse (waarvan er 1, de nog onbewapende Hr.Ms. Isaac Sweers, in de meidagen van 1940 ontsnapt is uit de handen van de Duitsers).

Bij het onderzoeken van deze geschiedenis werd ook steeds duidelijker (bron: o.a. Victory at Sea) dat diverse Nederlandse schepen voorafgaand aan de zeeslag in de Javazee (1942) voorzien waren van een camouflagepatroon, veelal lijkend op gangbare Britse disruptive camouflage patronen (dit heb ik al die jaren nooit geweten!). Dit betrof de kruisers Java & de Ruyter, alsmede de jagers van de 'Admiralen'-klasse Van Ghent en Evertsen. Ook bleken de lichte kruisers Tromp en Jacob van Heemskerk de gangbare Britse camouflagepatronen te volgen in de zeegebieden waar zij ingezet werden. Ik vond zelfs in een document over de beoogde slagkruisers voor 'de Oost' (lijkend op de Duitse Scharnhorst en Gneisenau slagschepen) een tekening uit 1939/1940 waarin zo'n slagkruiser ook voorzien was van camouflage. Later vond ik een model, in dezelfde camouflage.


Bij het schilderen van de 1:3000 modellen heb ik deze patronen derhalve maar min of meer aangehouden. Overigens heb ik er voor gekozen om de Fokker CXI watervliegtuigen op de kruisers en jagers van de Callenburgh-klasse niet grijs te schilderen maar blauw (dan vallen ze beter op, op het 1:3000 model). Door de nieuwe schepen ben ik in de toekomst in staat om bij een volgende 'Slag in de Javazee' de geallieerde vloot te versterken. Bedenk dat Japan de wapenbeheersingsverdragen van Washington en Londen eind jaren '30 niet meer volgde en daardoor zowel haar vlooteenheden moderniseerde alsmede die eenheden uitrustte met zwaardere wapens (grotere kanons en lange afstand torpedo's). In de jaren '30 werd er in Nederland juist bezuinigd op Defensie, vooral door de economische 'tegenwind'. Hierdoor kwamen Nederlandse vlooteenheden uit de toenmalige jaren '20 te kort t.o.v. gemoderniseerde/uiterst moderne Japanse vlooteenheden. Ben benieuwd of een slag in de Javazee, met deelname van een project 1047 slagkruiser (9x 28 cm. kanons) als vervanger van Hr.Ms. Java, en Hr.Ms Eendracht (kruiser met 10x 15 cm kanons in 2 drieling torens en 2 dubbeltorens - het oorspronkelijke ontwerp van de latere 'de Ruyter' en 'Zeven Provinciën' -) als vervanger van Hr.Ms. de Ruyter (uit 1937), en tenslotte de Nederlandse jagers uit 1924 vervangen worden door de Callenburgh-klasse uit 1940-'42 de uitkomst iets verandert...

Resultaat (van beneden naar boven: Hr.Ms. Jacob van Heemskerk, Tromp, Java, Eendracht en de Ruyter):


Hoe nu in te passen in Victory-at-Sea (V@S)? Overigens viel mij nu pas op dat in het V@S-boek er meerdere foutjes staan. De Nederlandse zgn. 'Admiralen'-klasse jagers zouden de beschikking hebben over elk 1 watervliegtuig. Zo zijn ze inderdaad ontworpen, maar vanaf eind jaren '30 hadden ze die niet meer aan boord, omdat het te water laten en weer aan boord nemen veel te omslachtig bleek en zeer afhankelijk was van de zeegang. En uit historische verslagen is mij gebleken dat ook de Nederlandse kruisers geen watervliegtuigen voerden tijdens deze zeeslag, wegens 'brandgevaar'(!). Enigszins opmerkelijk, want nu voer de vloot (o.l.v. een schout-bij-nacht die carrière had gemaakt in de Marineluchtvaartdienst) zonder verkenningsvliegtuigen 'blind', rond op zoek naar de Japanse landingsvloot. Anyhow, de 'traits' toebedeeld aan de NLD-eenheden moeten verminderd worden met hun watervliegtuigen.

Ik moet nog echter wel ship data cards maken voor project 1047 slagkruisers, de kruiser Hr.Ms. Eendracht en de Callenburgh-klasse jagers. Gelukkig heb ik via de spelregels van General Quarters 3.3 (een ander WO 2 Rule Book) al veel data over deze 'what if?' schepen gevonden, dus dat zou mij moeten lukken... En de project 1047 slagkruisers zijn in essentie afgeleid van de toen nieuwe Scharnhorst en Gneisenau, echter met een iets lichtere bepantsering en een andere secundaire bewapening: 12 x Bofors 12 cm kanons in 6 dubbeltorens (geschikt tegen zowel zee- als luchtdoelen) terwijl de Duitse schepen 15 cm. kanons hadden tegen zeedoelen en 10,5 cm geschut tegen luchtdoelen. Hieronder 2 modellen: KMS Scharnhorst (boven) en project 1047 (onder). 


  

Wereldoorlog 2 oorlogschepen schilderen: andere uitdagingen!

Bij toeval kon ik 2e hands de 3-delige (!) boekenserie kopen over de camouflage van alle Royal Navy (& Commonwealth) marineschepen uit de Tweede Wereldoorlog. Auteur: Malcolm Wright. Daar doorheen bladerend kom je tot de ontdekking dat camouflage zowel per tijdvak als per zeegebied veranderde...
Ik had tevens, naast NAVWAR, ook nog een beginnende producent van 1:3000 oorlogsschepen gevonden in Engeland. Dit betreft door Stephan McColl 3D gegoten scheepsmodellen. Website: www.thousandworlds.co.uk. Omdat ik daar een aantal Britse, Duitse en Japanse Tweede Wereldoorlog scheepsmodellen besteld had, kon met bovenstaand boek het schilderen (deels) beginnen. Niet in het minst omdat ik al enkele keren met Victory at Sea (VaS) regels historische zeeslagen uit die tijdsperiode naspeelde.

De modellen van Thousands Worlds zijn niet goedkoop maar wel erg gedetailleerd. Ter vergelijk is hieronder een metalen NAVWAR model van HMS Ajax (boven) naast een kunststof model van hetzelfde schip van Thousands Worlds (onder).










De echte uitdaging bij het schilderen is uiteraard: welk camouflagepatroon kies je? Britse oorlogs-schepen rouleerden gedurende 6 jaar strijd soms tussen verschillende zeegebieden (Home Fleet, Middellandse Zee, Arctic en Pacific) en namen deel aan verschillende zeeslagen. Voorbeeld: lichte kruiser HMS Ajax is bekend van de zeeslag met het Duitse 'vestzakslagschip' Graf Spee (1939), maar heeft aan veel meer zeeslagen deelgenomen. Slagkruiser HMS Hood is echter ongeveer bij haar eerste zeeslag (in 1941, tegen KMS Bismarck) ogenblikkelijk gezonken, dus qua schilderen is dat gemakkelijker... Dit geldt ook voor KMS Bismarck, maar weer niet voor zusterschip KMS Tirpitz. Oplossing: kopieën van hetzelfde schip kopen en dat allemaal anders camoufleren. Daar protesteerde mijn bankrekening echter tegen! En..... geef ik elk schip haar eigen naam, of kies ik er voor om alleen de scheepsklasse te benoemen? Ik vond dat afhangen van het belang van het schip (of de zeeslag waarin het deelnam). Zo bleek bij de 'hunt for the Bismarck' al 2 slagschepen van de 4-voudige King George V klasse slagschepen deel te nemen...En vooralsnog had ik maar 1 model. Dus: mijn enige model benoemd als klasse. Maar een schip met een specifiek camouflagepatroon of silhouet (zoals kruiser HMS Suffolk) heb ik wel benoemd met haar scheepsnaam (op onderstaande foto: rechts boven).








Gelukkig had ik van de Deutschland-klasse 'vestzakslagschepen' 2 exemplaren, dus 1 is geschilderd als Graf Spee (gezonken in 1939), de ander als KMS Lutzow (zoals deze deelnam aan de Duitse aanvallen op Moermansk konvooien in 1942-43; zie foto).


Maritieme zelfverdediging nabootsen

Ergens ben ik het op het internet, waarschijnlijk in een blog, tegengekomen: simulatie van surface-to-air missile (SAM) vanaf schepen. Maar kon hem niet meer vinden…. Hoe maak je die?











-- Men koopt pijpenragers; bij voorkeur de dunste diameter (om in schaal 1:3000 te blijven) en wit (voor de rookkleur).

-- Men verzint iets wat aan de voorkant dient als afgeschoten missile/raket. Ik heb er voor gekozen om de pluizen wat af te knippen en het overblijfsel specifieker wit te verven.


  1. Nu kun je de vlucht van het missile veranderen zoals je wilt, door de rager te manipuleren. Kijk eens naar foto’s van lanceringen! Ik heb gekozen voor Vertical launched SAM’s (VLS, die dus eerst verticaal gelanceerd worden, zoals uit een MK41 VLS-launcher), maar ook SAM-lancering uit 1- of 2-armige (oudere) lanceerinrichtingen (die veelal richting het luchtdoel gericht worden) en ook nog anti-ship missiles (die veelal horizontaler afgevuurd worden).
  2. Als je bedacht hebt welke ‘soorten’ je wilt hebben, moet je nog iets verzinnen om e.e.a. stabiel neer te kunnen zetten op je speelmat. Bedenk daarbij dat de pijpenragers licht zijn, maar toch een gewicht hebben, dat zich ver kan uitstrekken (naar gelang de lengte van de rookpluim). Ik maakte de ‘bases’ voor de rookpluimen vanuit ijzerdraad. Opgerold diende dat als base, en vervolgens ging het verticaal, om ergens ongeveer in het midden van de rookpluim deze ‘vast te pakken’.



  3. Omdat de rookpluimen multifunctioneel inzetbaar zijn (voor verschillende NAVO, Russische en Chinese wapensystemen) heb ik er van afgezien om missilenamen toe te voegen op de standaardjes. Ik heb met mijzelf afgesproken: SAM’s en VLS staan op een ronde base, Anti-ship missiles staan op een vierkante of driehoekige base.

  4. Als laatste kun je de rookpluim (en standaard) verven: om de rookpluim te verfraaien en/of de standaard wat minder te laten opvallen.


Enfin, ik ben er blij mee! En het kost amper niets.

Naval Wargame als lesmateriaal?






























Naval wargaming is niet alleen leuk maar kan ook erg leerzaam zijn. Zo leerzaam, dat de Britse professor David Manley van University College London (UCL) les geeft aan (burger) Naval Engineer studenten middels door hemzelf ontworpen Naval Wargames.

Recent gaf een directe collega van hem hierover een (gratis!) on-line uitleg. De uitleg werd toegankelijk gemaakt via het Wargame Network van King’s College London en werd gedaan door Dr. Nick Bradbeer. Van enkele slides heb ik een screenshot gemaakt.

Het ging in de presentatie om uit te leggen hoe naval wargamen door studenten kan helpen bij het ontwerpen van toekomstige oorlogschepen. Omdat dit feitelijk science fiction is, heb je hiervoor dus ook toekomstige scenario’s nodig… Er zijn uiteraard diverse uitdagingen: omdat je de naval wargame variabel wil maken (je wilt immers diverse zaken uitproberen) moest het terrein, weer, schepen, vijand, etc. variabel zijn/worden). En welke detaillering in spelregels is nodig? En omdat het een vrij toegankelijke universiteit is, kon/wilde hij geen gebruik maken van een militaire (lees: geheime) dataset; daarom werd gekozen voor de dataset van ‘Harpoon V’. Omdat geen enkel naval wargame voldeed aan zijn variabiliteits-eis, ontwikkelde professor Manley dus maar zijn eigen wargames… En hij probeert ze bij elke gelegenheid uit (zo ook tijdens het afgelopen Naval Wargaming Society weekend te Yeovilton). 




















De presentatie spitste zich toe op een Naval Wargame, waarbij een scenario uitgedacht was dat enkele koopvaardijschepen, beveiligd door (Britse?) oorlogsschepen een evacuatie van enkele dagen moesten uitvoeren, waarbij ze geconfronteerd werden met een onderzeebootdreiging van een land dat deze evacuatie wilde verhinderen. De oorlogsschepen moesten de koopvaarders veilig naar de haven/strand brengen, ze daar enkele dagen beschermen en daarna ook weer veilig naar volle zee terug begeleiden. 

De wargamers waren de studenten, die 4 dagen gingen wargamen: dag 1 om aan het spel te wennen, en dag 2, 3 en 4 om verschillende variabelen (in eigen schepen, maar ook omstandigheden) te spelen. Elke dag werden voorlopige conclusies getrokken (vaak dus variabel-specifiek). 





















Op de slides wordt af en toe jargon gebruikt: ASW = Anti-submarine Warfare, HVU = High Value Unit (een schip met evacuees), MERLIN = Britse ASW-helikopter, ASROC = Amerikaanse raket met daarop een torpedo geschroefd. Vliegt 10 km. ver en laat dan torpedo in het water vallen, die vervolgens de vijandelijke onderzeeboot aanvalt. De ‘afko’ VL-ASROC duidt op een vertical launched ASROC, vanuit een (USA) gestandaardiseerde Mk141 maritieme raketbatterij (zoals op diverse NAVO-oorlogschepen), LWT = lightweight torpedo (meestal vervoerd door helikopter (of ASROC), UUV = Unmanned Under water Vehicle (onderwater drone), USV = Unmanned Surface Vehicle (drone, varend aan de oppervlakte), SME = Subject Matter Expert (in dit geval: marine officieren die verstand van ASW hadden), ‘towed array’ = een sonar in de vorm van een lange slang, die achter een schip of drone getrokken wordt, ‘sonobuoys’ = door vliegtuigen/helikopters uit te werpen sonar-boeien, die op de zee oppervlakte blijven drijven, hun sonar naar beneden laten zakken en het opgenomen geluid (bij voorkeur van een vijandelijke onderzeeboot) terugzenden naar het vliegtuig/helikopter.





















Bij de eerste games werden bestaande schepen, tactieken en wapens gebruikt, zoals Britse Type 23 fregatten, uitgerust met boegsonars & towed array sonars en Merlin helikopters. Maar naarmate de dagen vorderden, kwamen toekomstige systemen in gebruik als een ’Sonardyne hub’ (een groepje Sonar sensoren op de zeebodem) en een water drone, met een actief anti-torpedo wapensysteem….




















Van de conclusies sta ik niet zo te kijken (die had ik voor een deel als vml. marine-officier zonder deze wargame ook wel kunnen raden), maar het ging in deze presentatie vooral om de vraag of je met een Naval Wargame tot dit soort conclusies kan komen. En het antwoord is: ‘ja’!

Continued familiarization of the GQ 3.3 Rules

The aim of this fictional Naval Wargame was to try out/learn/study air-attack rules against ships and night combat. So we had a 1942 Japanes...