Battle Report: HMS Nelson (BB) fights RN 'Littorio' (BA) (Victory @ Sea rules)

Waar: Er bestaat zoiets als ‘International Naval Wargaming Day’. Op 6 aug., de geboortedag (1865) van de Brit Fred T. Jane, die in 1898 een van de eerste Naval wargames bedacht en maakte. Ter ondersteuning van zijn game gaf hij ook ‘Jane’s Fightings Ships’ uit, een jaarlijks, zeer gerenomeerd overzicht van alle oorlogsschepen van alle landen ter wereld. Deze publicatie wordt nog steeds uitgegeven. Binnen de Naval Wargame Community is het gebruikelijk om rond 6 aug. een Naval Wargame te spelen. Meestal met vrienden, maar ik kwam vandaag niet verder dan om een spel ‘solo’ te spelen. Om het niet te lang te laten duren, had ik een duel bedacht tussen een Brits slagschip (HMS Nelson) en een Italiaans slagschip (RN ‘Littorio’) in de Middellandse Zee, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, gebruikmakend van de Victory at Sea (V@S) spelregels van Warlord. Dit was een fictief scenario: een geallieerd konvooi, beschermd door HMS Nelson, werd aangevallen door het moderne Italiaanse slagschip. De game werd thuis, voor het eerst in onze loods op een 2-tal campingtafels gespeeld, met gebruik van een 6x4 feet mat met ‘zee’ afbeelding. 
Hoe: Het spel werd gespeeld met 1:3000 miniaturen van fabrikant NAVWAR. Het geallieerd konvooi bestond uit een 8-tal koopvaarders, beschermd door 3 onderzeebootjagers, 1 lichte kruiser en HMS Nelson. De Italiaanse aanval was beperkt tot het slagschip van de Littorio-klasse.
Afstand waren in inches, cf. de spelregels. Het was alweer meer dan 6 maanden geleden dat ik de V@S-spelregels gebruikt had, dus het spel van 8 turns duurde bijna 3 uur.
De RN ‘Littorio’ kwam uit het noorden; het relatief snelle geallieerde konvooi, op weg naar Malta (10 knopen vaart), voer een oostelijke koers. 
Battlereport
In de uitgangssituatie was de RN ‘Littorio’ zo’n 36 inch verwijderd van HMS Nelson. De HMS Nelson voer aan bakboordzijde van het te beveiligen konvooi en meende in het noorden een rookpluim te zien… In turn 2 waren beide opponenten elkaar genaderd tot zo’n 30 inch en maakten zich gereed om snelheid aan te zetten. Het konvooi vervolgde haar koers en vaart, maar de veel snellere geallieerde escorteschepen zetten aan tot max. snelheid, voeren naar de linker flank van het konvooi en legden een rookgordijn om het konvooi aan het zicht te onttrekken. In turn 3 draaide HMS Nelson bakboord uit, richting de aanstormende RN ‘Littorio’. RN ‘Littorio’ had het gevaar van HMS Nelson onderkend en draaide licht bakboord uit, zodat al haar 3 drielingtorens van 15 inch vuurmonden het Britse slagschip konden bevuren. Omdat in het spel Engeland in deze turn het initiatief had (uitkomst dobbelsteen), opende HMS Nelson het vuur met haar 16-inch kanons. Wegens de geometrie hadden alleen beide voorste drielingtorens zicht op de vijand. Er werden 4 treffers geplaatst, waaronder 1 ‘critical’. De RN ‘Littorio’ beantwoorde het vuur met al haar 3 drielingtorens van 15-inch, doch plaatste slechts 2 treffers.
In turn 4 kreeg Italië het initiatief. Beide slagschepen manoeuvreerden dusdanig dat zij beiden hun hoofdbatterij optimaal konden benutten, evenals hun secundaire batterij. De RN ‘Littorio’ trof de Britse bepantsering 6x met het salvo van haar 15-inch hoofdbatterij (afstand: 16,5 inch) en 2x met haar secundaire bewapening, maar doorboorde de bepantsering van HMS Nelson niet. HMS Nelson beantwoorde het vuur iets fortuinlijker (dobbelsteen geluk?), waardoor RN ‘Littorio’ schade opliep aan haar roer en schroeven. 
In turn 5 kreeg Engeland weer het initiatief. HMS Nelson bleef het konvooi afschermen (wat inmiddels volledig achter het rookgordijn zat) en voer op RN ‘Littorio’ toe. RN ‘Littorio’ draaide iets af, geschrokken van haar schade, maar ook om haar 3 drielingtorens op HMS Nelson gericht te houden. Het salvo uit de Britse 16-inch kanons trof echter 8x doel, resulterend in een behoorlijke schade aan de Italiaanse secundaire bewapening en aan 1 toren van de hoofdbewapening. Er brak vervolgens brand uit… De Britse 6-inch secundaire bewapening plaatste ook 2 treffers, maar doorboorde de Italiaanse bepantsering niet. De RN ‘Littorio’ kent in dit spel 90 compartimenten; daarvan waren er nu 18 ver-

hield. Ondanks haar schade wist RN ‘Littorio’ het vuur te beantwoorden en trof HMS Nelson 4x, waardoor ook zij schade kreeg aan haar scheepsschroeven. Aan het eind van de turn (damage control fase) wist de bemanning van HMS Nelson de voortstuwing echter te repareren en de de Italiaanse bemanning wist de brand te blussen.
In turn 6 behield Engeland het initiatief. Beide schepen zaten op een afstand van 16 inch, resulterend in short range vuur van hun hoofdbatterij. RN ‘Littorio’ was langzaam terug naar het noorden gedraaid teneinde verdere gevechtsschade te voorkomen. HMS Nelson had minder schade opgelopen dan haar Italiaanse tegenstander en probeerde haar te achtervolgen om haar tot zinken te brengen. De geometrie van de gekozen koersen was zodanig dat beide slagschepen slechts 2 van hun 3 drielingtorens konden gebruiken. HMS Nelson’s 2 voorste geschuttorens openden vuur en plaatsten 3 fortuinlijke treffers. De achterste 15-inch geschutstoren van RN ‘Littorio’ had hierdoor een munitiemagazijn explosie en verloor hierbij 10 compartimenten (nog 62 over). Die achterste toren was een van de 2 beschikbare Italiaanse drielingtorens… De RN ‘Littorio’ kon dus nu slechts terugvuren met 1 drieling geschutstoren. Hiermee werd geen treffer geplaatst.
In turn 7 liep HMS Nelson langzaam in op het nu niet meer snellere, vluchtende Italiaanse slagschip. Het geallieerde konvooi was nu veilig. Wederom behield Engeland het initiatief. HMS Nelson vuurde wederom uit haar 2 voorste drielingtorens en plaatsten 5 hits, waarmee 6 compartimenten vernield werden. Het Italiaanse ‘antwoord’ was bedroevend: de voorste geschutstoren had een weigering. In de damage control fase wist de Italiaanse bemanning de voortstuwing te repareren, ofschoon het roer nog problemen gaf.

In turn 8 kreeg Italië het initiatief. De commandant besloot om zijn schip dusdanig te draaien, dat het met 2 torens (6 vuurmonden van 15-inch) HMS Nelson kan bevuren, in de hoop dat schip te vertragen in haar achtervolging. Echter, de schade aan de Italiaanse hoofdbatterij was dusdanig dat uiteindelijk maar 1 van de 2 voorste torens vuur kon uitbrengen. Er werden hiermee 2 treffers geplaatst op HMS Nelson, maar niet critical. HMS Nelson vuurde wel met 2 drielingtorens, en raakte het vrij grote Italiaanse silhouet met 5 16-inch granaten, waarvan 3 critical. Hierdoor raakten in eerste instantie 8 compartimenten vernield, maar door de alsmaar oplopende schade van de laatste 4 turns (incl. diverse critical hits) ontstond een kettingreactie van explosies, waardoor de voortstuwing half vernield werd en meerdere branden uitbraken. Hierdoor werd een 12-tal extra compartimenten vernield. De Italiaanse schade was nu 62-6-8-12=36 ongeschonden compartimenten (van de 90). Bij ’30’ overblijvende compartimenten is het schip volgens de regels ‘crippled’.

Volgens de regels van V@S duurt een engagement 8 turns. Het is duidelijk dat de RN ‘Littorio’ veel meer schade had opgelopen dan HMS Nelson, en ook geen schijn van kans had in eventuele volgende turns. HMS Nelson had nog 83-2-4-2=75 ongeschonden compartimenten en zou bij 27 ongeschonden compartimenten ‘crippled’ zijn.   

Wat vind ik van deze engagement?
Op ‘papier’ waren beide slagschepen tegen elkaar opgewassen. De wat oudere HMS Nelson was het best bepantserd en had de zwaarste bewapening (16 inch kanons vs. 15 inch kanons). De RN ‘Littorio’ was echter sneller en had geen last van de beperkingen opgelegd door de vloot wapenbeheersings-akkoorden van Washington & Londen. In de realiteit van de Tweede Wereldoorlog overleefden echter beide Britse slagschepen van de Nelson-klasse menig zeeslag en luchtaanval, terwijl de 3 slagschepen van de ‘Littorio’-klasse relatief vaak zware schade opliepen (veelal tgv. torpedo’s en/of luchtaanvallen).
De loods bleek een goede game locatie te zijn.

         

Nieuwe maritieme documentatie

Deze maand ben ik naar de jaarlijkse Deventer boekenmarkt geweest, een van de grootste van NLD. Honderden stalletjes staan buiten, langs de IJsselkade en in het historische centrum. Vooraf kon je een boekje kopen, waarin alle verkopers benoemd waren en voorzien van een stadskaartje waar hun stalletje zou staan. Dit gaf de mogelijkheid om vooraf een looproute te verzinnen (ter voorkoming dat je langs alle honderden stalletjes moest lopen..). 

Ik was op zoek naar ansichtkaarten van Andijk (waarop mogelijk ons 100-jarig huis te zien was - helaas niet gevonden in de grote aantallen ansichtkaarten) en ik had gezien dat er diverse verkopers waren met boeken over scheepvaart en/of oorlog. Uiteindelijk vond ik 8 boeken die een link hebben met de hobby Naval Wargaming; soms voor een weggeefprijs en soms voor een heel schappelijke prijs. Kortom, een aanrader voor wargamers (want er waren ook zat boeken over landoorlogen, tanks & vliegtuigen).


Op deze foto zie je de aangekochte boeken over de Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog. De bovenste boeken zijn uitgegeven in het eerste deel van de Tweede Wereldoorlog en hadden dus voor het beschrijven van de krijgsverrichtingen enkel toegang tot 'eigen' archieven (en niet die van de vijand). Het boekje 'Nederland's Zeemacht in Oorlog' bevat een uitvouwbare plotkaart van de slag in de Javazee (1942) en silhouetten van in aanbouw zijnde marineschepen, die in mei 1940 in Duitse handen vielen.  In diverse boeken werd melding gemaakt van het plan uit 1939 om 3 Nederlandse slagkruisers te bouwen (project 1047); iets waar ik pas deze eeuw achter kwam (!). Inmiddels heb ik via NAVWAR een 1:3000 model van dit beoogde scheepstype. 


Op deze foto de boeken over krijgsverrichtingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Duits-talige boek 'Deutsche Grosskampfschiffe' behandelt in uitvoerig detail het ontwerp en geschiedenis van Duitse slagschepen, slagkruisers en vliegkampschepen in de Tweede Wereldoorlog. Met gedetailleerde bouwtekeningen, grafieken over durchschlagleistung van de te kiezen hoofdbewapening en snelheidsgrafieken en moderniseringsplannen (die nooit uitgevoerd konden worden). Zo zijn er ruim 20 blz. over het in aanbouw zijnde vliegkampschip 'Graf Zeppelin' (en haar Airwing) en 7 blz. over de beoogde opvolger van het Bismarck klasse slagschip. Het tweede deel van het boek behandelt (o.a. met plotkaarten) de belangrijkste zeeslagen waaraan deze eenheden deelgenomen hebben. Afgesloten met bijlages over bewapeningskarakteristieken, munitiesoorten, namen van scheepscommandanten en karakteristieken van radar apparatuur. Kosten: 15 Euro.



Op deze 2 foto's zie je mijn pronkstuk: de laatst uitgegeven 'Combat Fleets of the World'. Dit voorheen jaarlijkse naslagwerk uit 2013 (980 blz.) bevat info over alle marineschepen ter wereld. Helaas is de publicatie na deze versie gestopt... Ik heb ooit een nieuwe gekocht in 1999 (aanschafprijs: duur, maar aanzienlijk goedkoper dan Jane's Fighting Ships) maar deze laatste kocht ik in Deventer voor 25 Euro! Ik kan nu beter zien hoe het met de Chinese en Russische vloot gesteld is.

Battle Report: submarine attack on 1985 Soviet Convoy ('Naval Command 2021')

English summary: Using the Naval Command 2021 rule set, we played a fictious Russian naval exercise around 1985 in which a 1:3000 scale amphibious convoy, escorted by several ASW combattants, was intercepted by 2 Russian nuclear submarines. This was our second usage of Naval Command 2021 and provided us with insight of the onderwater warfare capabilities of Naval Command 2021. The exercise lasten 5 turns. 

Waar: Dit was een tweede keer dat we de spelregels van ‘Naval Command 2021’ gebruikten. Specifiek was de focus op onderwater oorlogvoering (ASW: Anti Submarine Warfare); voor ons nieuw. Omdat er door omstandigheden weinig voorbereidingstijd was geweest, werd een scenario gehanteerd waarin min of meer een Russische marine oefening werd gespeeld: Russische onderzeeboten zouden moeten verhinderen dat een (Russisch) amfibische Taakgroep kon landen op de (Russische) kust. Door het oefenscenario konden we meer overleggen met elkaar (teneinde meer kennis op te doen over Naval Command en dit type oorlogvoering) en ging het minder over het toepassen van krijgslisten en/of het winnen van de game.  Dit was een niet-historische maritieme oorlogvoering scenario halverwege de jaren ‘80. Bewust werd een groot aantal missile shooters niet gebruikt; de focus lag op kennis opdoen over ASW met onderzeeboten, oppervlakteschepen en helikopters en beeldopbouw tegelijkertijd op, boven en onder water. Voorafgaand aan de game is nog enige tijd bekeken hoeveel Russische land-elementen vervoerd konden worden met de 6 schepen van de Amfibische Taakgroep. Dit zal verder uitgewerkt worden in een volgende game, omdat we werken aan een Campaign, die via een Amfibische landing uitmondt in een veldslag op land.
   De game werd in de eetkamer van mijn tegenstander op hun eetkamertafel gespeeld, met gebruik van een 6x4 feet mat met ‘zee’ afbeelding, evenwel zonder kustlijn. Er zijn foto's gemaakt en een time-lapse video. 
Hoe: Het spel werd gespeeld met 1:3000 miniaturen (fabrikant NAVWAR) en luchtvaartuigen schaal 1:600. De Russische Amfibische Taakgroep bestond uit 6 amfibische schepen: 1x ‘Ivan Rogov’-klasse, 2x ‘Alligator’-klasse en 3 ‘Ropucha’-klasse landingsvaartuigen, beschermd door een oude kruiser van de ‘Sverdlov’-klasse  (vlaggenschip en geschikt voor Naval Gunfire Support), een ‘Kresta II’-klasse ASW-kruiser, een ’Udaloy’-klasse ASW-destroyer en een ‘Krivak II’-klasse ASW-fregat. De taakgroep had een moderne Ka-27 ‘Helix’ ASW-helikopter op de ‘Udaloy’ en een oudere Ka-25 ‘Hormone’ ASW-helikopter ingescheept op de ‘Krivak II’. Tevens had de taakgroep de beschikking (op afroep) over een Be-12 ASW-patrouillevliegtuig, dat vanaf een vliegveld op de wal kon opereren. De taakgroep had met haar ASW-schepen en vliegende eenheden een aantal lange afstandswapens tegen de onderzeeboten: de schepen waren elk uitgerust met 8 SSN-14 (raketsysteem die een torpedo 27 nm. ver schiet) en de helikopters hadden torpedo’s bij zich. Het luchtafweer-‘schild’ van de taakgroep werd vnl. geleverd door de oude SAN-3 (‘Kresta II’), SAN-4 (‘Krivak’) en de moderne SAN-9 raketinstallaties (‘Udaloy’). En kustbombardement was mogelijk met de 12 x 152 mm kanons van de ‘Sverdlov’ en de 2 x 100 mm kanons van de ‘Udaloy’. Qua environment werd er voor gekozen dat weersinvloeden niet van invloed waren, onder de aanname dat zo’n amfibische landing alleen doorgang vindt met gunstig weer. 
    De Russische kust werd binnen de territoriale wateren beschermd door een 2-tal oppervlakte schepen: een fregat van de ‘Krivak III’-klasse (KGB grenstroepen), met ingekwartierde KA-27 helikopter en een ‘Grisha III’-klasse ASW-korvet. Verder voor de kust (dieper water) lagen 2 nucleaire onderzeeboten om een aanval op te merken en te verhinderen: een onderzeeboot uitgerust met SSN-7 anti-scheepsraketten (‘Charlie’-klasse), welke ondersteund werd door een ‘Alfa’-klasse aanvalsonderzeeboot (met torpedo’s). Cf. de spelregels waren beide onderzeeboten samengevoegd in een Submarine Patrol Zone, met een radius van 30 zeemijl (nm.). Alleen de Patrol Zone was voorzien van een ‘marker’ (blauw vlaggetje); de onderzeeboten waren dus onzichtbaar, onder water. 
    Tijdens het spel werden geen contact markers gebruikt, omdat we de vorige keer gemerkt hadden dat door het gebruik van contact markers (om de identiteit van alle schepen te verhullen) de beginfase van een game behoorlijk lang duurde… Vooraf hebben we de regels van ‘Naval Command’ licht aangepast: sommige eenheden mochten meer dan 1 detectie per turn doen. Het aantal toegestane detecties/turn maakten we gelijk aan de ‘kwaliteit’ van hun sensor. Dus als een onderzeeboot voor haar passieve sonar de kwaliteitswaarde ‘2’ had (in de Fleet List), mocht ze per turn 2 passieve sonar detecties doen. Zo ook met radars. Resultaat: oude/kleine eenheden konden vaak slechts 1 detectie per sensortype doen; modernere/grotere eenheden (zoals ‘Udaloy’) 2 detecties per sensortype (radar en/of sonar). Ook verdubbelden we de ‘vliegtijd’ van de luchtvaartuigen: in de regels staat dat een Ka-25/27 boordhelikopter al na 3 turns moet oplanden (en tanken). Omdat een turn ongeveer 15 min. duurt, zou dat al na 45 min. daadwerkelijk vliegen zijn… We hebben er derhalve een meer realistischer tijd voor gebruikt. De ‘Grisha III’-klasse stond niet in de Fleet list; v.w.b. radar- en sonarkwaliteit hebben we de waarde van een behoorlijk gelijkwaardige ‘Krivak II’-klasse aangehouden.
    De (Russische) Amfibische Taak begon aan de ene kant van de mat en de verdediging van de kust begon aan de andere kant van de mat. ‘Naval Command 2021’ maakt gebruik van het werkelijke afstandsbereik van de scheepsbewapening maar hanteert voor detectie-afstanden slechts een 3-tal afstandsringen: long range is 30-100 cm., intermediate: 12-30 cm. en close range: 0-12 cm. Ook gebruikten we verschillende (houten) counters om schade aan boord aan te geven: brand, waterschade of structurele schade. Het daadwerkelijk spel duurde ca. 4 u. mede omdat we de spelregels nog onder de knie moesten krijgen…

Battlereport
Mede omdat het een oefening was, wist de aanvallende als verdedigende partij van elkaar dat ze op zee waren. Aangenomen werd dat er binnen de verdedigende partij geen direct contact was tussen de schepen binnen de territoriale wateren en de diep weggedoken onderzeeboten. In turn 1 had de verdedigende partij het initiatief. Zowel de ‘Grisha III’ als het KGB-fregat werden actief op radar en hielden zodoende de grens onder controle. Alle schepen bleven passief op sonar. Het meest moderne schip van de Amfibische taakgroep (‘Udaloy’) werd ook actief op radar. De taakgroep voer richting de kust; de verdedigende partij bleef min of meer stationair. Wel lanceerde het KGB-fregat haar KA-27 helikopter, welke 6 nm. richting de verwachtte positie van de Amfibische taakgroep gestuurd werd en haar radar activeerde. De detectiefase leverde nog niet zoveel op: de ‘Alfa’-klasse onderzeeboot bleek niet in staat om schroefgeruis te horen van de Amfibische taakgroep (nog te ver weg); de Ka-27 helikopter (KGB) wist de moderne radars van de ‘Udaloy’ niet te onderscheppen op deze grote afstand en de ‘Udaloy’ wist slechts passief de radars van het KGB-fregat en de ‘Grisha III’ te onderscheppen. De ‘Sverdlov’ wist nog net passief de radar van de ‘Grisha III’ te onderkennen.  Tactische situatie: beide partijen wisten nog te weinig om een dreiging te onderkennen en kenden geen posities waarop geschoten moet/kon worden.
    In turn 2 kreeg de Amfibische taakgroep het initiatief. De taakgroep deed alle radars aan en lanceerde haar beide helikopters en stuurde die richting de kust. Alle schepen kwamen gestaag dichter bij elkaar. Ook de KA-27 helikopter (KGB ) activeerde haar radar en vloog 23 nm. richting de Amfibische taakgroep. Hiermee werd in de detectie fase de ‘Sverdlov’ kruiser gedetecteerd en de ‘Grisha III’ slaagde er in om de ‘Kresta II’ kruiser passief te detecteren. Passieve sonardetectie door beide onderzeeboten was niet succesvol. De taakgroep kreeg nog steeds geen goede positie van de ‘Grisha III’ en het ‘KGB-fregat’ maar de ‘Udaloy’ had inmiddels wel een radaronderschepping van de KGB KA-27 helikopter.
Tactische situatie: De taakgroep leek zich niet erg bewust van de onderzeebootdreiging en twijfelde nog over de dreiging die uitging van beide passief geïdentificeerde schepen voor de kust. Waren zij missile shooters? Was de KGB KA-27 helikopter een outside-sensor voor de 2 oppervlakte eenheden? De verdedigende partij was zich daarentegen bewust van de aanwezigheid van 2 Russische kruisers (maar nog geen duidelijke positie). 
    In turn 3, behield de Amfibische taakgroep haar initiatief. In de navigatiefase passeerden alle helikopters elkaar op tegenover liggende koersen. Aan het eind van de turn kwam het Be-12 patrouillevliegtuig op post, als ondersteuning van de Taakgroep. In deze detectiefase had de moderne ‘Alfa’-klasse onderzeeboot voor het eerst een passieve sonardetectie op de dichterbij gekomen ‘Sverdlov’ (op 26 nm.) en op de Kresta II-kruiser (op 20 nm.). Van de eerdere ESM-detecties van deze schepen (vorige turn) waren de onderzeeboten niet op de hoogte (gebracht).  De taakgroep was in deze turn nog niet in staat gebleken om de onderzeebootdreiging goed te onderkennen; alleen de moderne ’Udaloy’ kreeg een aanwijzing dat er ergens een onderzeeboot zat. Over en weer vonden detectiepogingen met radar plaats, maar het resultaat was uiterst magertjes.
Tactische situatie: de Taakgroep lukte het steeds niet om beide schepen in de Russische territoriale wateren te detecteren met radar. De aard van de passieve radaronderscheppingen van die eenheden en het feit dat de helikopters van de taakgroep door beide schepen niet bevuurd werden, sterkte hun mening echter dat het waarschijnlijk geen gevaarlijke missile shooters waren (welke een dreiging voor de Amfibische schepen zou zijn). De aanwijzing dat er in de nabijheid van de taakgroep een onderzeeboot zat, was veel gevaarlijker! De verdedigende partij bouwde steeds meer een beeld op dat er enkele grote schepen (kruisers), ondersteund door helikopters en een watervliegtuig opdoemden voor de kust. Over en weer waren er nog geen duidelijk posities bepaald, waarop gevuurd zou kunnen worden.
    Na ongeveer 2 uur game begon turn 4; de verdedigende partij had weer het initiatief gekregen. De aanvallende partij voer de Submarine Patrol Zone binnen en probeerde met veel ASW-eenheden een beter beeld (en positie) te krijgen van de onderzeeboot/boten. Haar amfibische schepen voeren inmiddels met een boog om deze zone heen. De KA-27 helikopters van beide zijden kregen nu zicht op hun doelen: de taakgroep realiseerde zich hierna dat het KGB-fregat en het Grisha III korvet geen grote dreiging vormde voor de Amfibische taakgroep en de KA-27 van de KGB detecteerde de Amfibische taakgroep (wat het doel was voor beide onderzeeboten). De detectiefase was druk: de ‘Charlie’ klasse onderzeeboot probeerde met een actieve sonaruitzending de positie van de Kresta II kruiser te bepalen om deze in de combat-fase aan te kunnen vallen; die detectie mislukte! De ‘Udaloy’, ‘Kresta II’, ‘Krivak II’, helikopter en Be-12 detecteerden in meer of mindere mate onderzeeboten binnen de Patrol Zone. Volgens de regels had de aanvallende partij zoveel detecties gedaan binnen deze turn (mede geholpen door de actieve uitzending van de ‘Charlie’), dat ze 1 van de onderzeeboten binnen de Patrol Zone mocht positioneren, minimaal 12 nm. weg van haar eigen schepen (en dus buiten torpedo-bereik). Hierdoor werd de actuele positie van de ‘Charlie’ op de grootst mogelijke afstand van schepen van de Amfibische taakgroep geplaatst. Dat bleek in de combat fase niet afdoende, want de ‘Charlie-klasse onderzeeboot was in staat (‘voor oefening’) 8 SSN-7’s op max. afstand af te (kunnen) vuren op de
‘Kresta II’ (logica: ‘use them or loose them’). Een deel van de (‘voor oefening’) aanstormende SSN-7’s werd uit de lucht gehaald door de oudere SAN-3 luchtafweerbatterij van de ‘Kresta II’ en door de SAN-9’s van de nabijgelegen ‘Udaloy’. Twee SSN-7’s braken echter door het gezamenlijke luchtafweerschild, waarvan er 1 (‘voor oefening’) insloeg op de ‘Kresta II’; resulterend in alsmaar uitbreidende branden, die de dienstplichtige, matig getrainde bemanning waarschijnlijk niet gedoofd zou krijgen.   
   Na de drukke turn 4 (die bijna een uur duurde!) behield de verdedigende partij in turn 5 (met dobbelen) het initiatief. Dat bleek belangrijk! Ten eerste ging de ‘Charlie’-klasse onderzeeboot volledig passief en dook onder de zoutlaag, naar dieper water (in de hoop dat haar positie zou verdwijnen van de vijandelijke sonar-schermen). Dat gebeurde initieel ook ook, maar vnl. omdat ze (onbewust) buiten sonarbereik van de Amfibische taakgroep gezet was. Helaas gaf een nieuwe detectie door het snel naderende Be-12 watervliegtuig (met haar uitgebreide ASW sensorpakket) haar positie ogenblikkelijk prijs… En de ASW-eenheden van de taakgroep (helikopters, fregat en destroyer) bleven in de detectiefase jacht maken op de andere onderzeeboot (de ‘Alfa’), waarvan ze de positie ook detecteerden. De verdedigende partij maakte van de consternatie in de Submarine Patrol Zone gebruik om stug met haar enige KA-27 helikopter (KGB) naar de nu onbeschermde landingschepen te vliegen en hiervan het slechtst beschermde schip (‘Alligator’-klasse) te naderen tot torpedo-afstand. In de daaropvolgende combat fase werden door deze Ka-27 (waar
het deze turn het initiatief lag!) - voor oefening - 2 torpedo’s afgevuurd op de ‘Alligator’. Beiden waren (fictief) raak, resulterend in binnenstromend water en diverse branden. De kans was groot dat hiermee een half bataljon mariniers (incl. hun voertuigen) verloren gegaan zou zijn. Voor de ASW-eenheden van de taakgroep was het echter inmiddels ‘prijs schieten’ op beide onderzeeboten, waarvan precies de positie bepaald was. De ‘Alfa’ werd (‘voor oefening’) geraakt door 1 torpedo van een Ka-27 ASW helikopter en zou hierdoor gezonken zijn en de ‘Charlie’ werd ook (‘voor oefening’) geraakt door een torpedo (van de Be-12 ditmaal) en kwam nog net beschadigd, rook uitbrakend aan de oppervlakte (niet meer in staat om te duiken of te vechten). Die onderzeeboot zou t.z.t. onder vuur genomen kunnen worden door de 152 mm kanons van de ‘Sverdlov’-klasse kruiser, indien deze de onderzeeboot tot op 20 nm. zou naderen.    
Tactische situatie: de Amfibische taakgroep had de dreiging die uitging van beide onderzeeboten in de Submarine Patrol Zone geneutraliseerd, waarbij beide onderzeeboten verloren gingen. Frappant genoeg is daarbij geen enkele SSN-14 raket afgevuurd. Ofschoon de taakgroep daarbij wel merkbare schade opgelopen had (‘Kresta II’ kruiser zwaar beschadigd en een ‘Alligator’-klasse landingsvaartuig gezonken) kon de voorgenomen amfibische landing nog steeds uitgevoerd worden. Weliswaar met een half bataljon mariniers minder (van de ca. 3 bataljons in totaal), maar met een groot deel van de luchtafweerschil nog intact en alle Naval Gunfire Support mogelijkheden nog intact.  

Wat vind ik van deze tweede ‘Naval Command 2021’ wargame?
Door een ASW-dominant scenario te spelen, hebben we ervaring opgebouwd hoe onderwater oorlogvoering in ‘Naval Command 2021’ werkt. De spelregels houden goed rekening met actieve & passieve sonardetecties, de verschillende vaardieptes van onderzeeboten, de karakteristieken van onderzeeboten, zoutlagen onder water en de mate van onderwatergeruis van oppervlakteschepen.  Ook was realistisch hoe je met een aantal helikopters en een maritiem patrouillevliegtuig (dat altijd meer ASW-sensoren mee voert) veel gemakkelijker een onderzeeboot kan opsporen (en dus snel kan aanvallen). Het spelelement dat een tegenstander, bij voldoende sonardetecties, de daadwerkelijke positie van een gedetecteerde onderzeeboot binnen een Submarine Patrol Zone mocht bepalen vergde echter wat gewenning. Maar daarom is Naval Command 2021 allereerst een spel en geen maritieme simulatie. Ofschoon we (nog?) geen ASW-specifiek spel binnen de ‘Shipwreck’-regelset gespeeld hebben, is de indruk dat ‘Naval Command 2021’ de zaken beter voor elkaar heeft. 
    Nadeel van zo’n ‘kortdurend’ spel is het feit dat een speler vaak niet geconfronteerd wordt met de consequenties van sommige inzet-beslissingen. Voorbeeld: beide partijen zetten al snel hun hele luchtvloot in. Die echter maar 2 of 3 sorties (van elk 1-2 uur) per airframe per dag kan uitvoeren (in werkelijkheid), omdat er vaak niet meer vliegbemanningen aan boord zijn. In realiteit zal je dus niet gauw meerdere helikopters tegelijkertijd rondom een taakgroep zien vliegen…want dan heb je de rest van de 24u. niets meer!
    Indien je zo’n amfibisch konvooi scenario uitdagender wil maken, adviseer ik de amfibische schepen aan het begin van het spel te vervangen door contact markers (zodat een tegenstander ze eerst goed moet identificeren, voordat die door heeft welke de High Value Units zijn) en iets meer luchtdreiging te introduceren (nu was er alleen de luchtdreiging van de SSN-7’s). Indien een konvooi zowel onderzeeboot- als luchtdreiging heeft, moet je goed nadenken waar je de beschermende fregatten en destroyers positioneert. Sommige van die schepen zijn beter in ASW, sommige in AAW (anti Air Warfare). En dan zal je sneller geneigd zijn om de onderzeebootdreiging aan te pakken middels eigen helikopters/vliegtuigen en de fregatten/destroyers bij het konvooi te houden. Extra missiledreiging kan ook van de kust komen; de Argentijnse marine vuurde in 1982 (Falkland oorlog) MM38 Exocet raketten vanaf de kust af op Britse oorlogschepen; de Joegoslavische marine had in de jaren ’90 op haar kust wielvoertuigen met SSN-2 Styx raketten, die een dreiging waren voor de NAVO-oorlogschepen die het olie- en wapenembargo uitvoerden en de Oekraïense marine vuurde vanaf haar kust in april 2022 twee ‘Neptune’ raketten af op de 120 km. verder gelegen Russische kruiser ‘Moskva’, die daarna zonk.
 
Time-lapse video (met dank aan tegenspeler Edzard):   




              

Update Tweede Wereldoorlog miniaturen schilderen

Afgelopen maanden zijn mijn miniatuur marines behoorlijk uitgebreid. Extra lectuur stond aan de basis van deze uitbreiding: naast het boek over camouflagepatronen van de Italiaanse Marine is ook een Amerikaans scheepsherkenningsboek uit 1943 van ONI (Office of Naval Intelligence) verkregen, zodat ik het aandurfde om nu ook de Italiaanse vloot te schilderen. Tussen deze grote klus door, werden tevens enkele andere vloten uitgebreid met nog ontbrekende vaartuigjes. Dit is een update t.o.v. het vorige 'schilder'blog van jan. '24.


















Italiaanse Marine (Regia Marina)

Ontworpen om de Franse vloot tegen te houden in de Middellandse Zee, vocht het door omstandigheden enkel tegen de Britse Royal Navy in de Middellandse Zee. De zeeslagen gingen om konvooien, om het Britse steunpunt Malta en om de Italiaanse en Britse Sea Lines of Communication (respectievelijk Noord-Zuid: richting Noord-Afrika en Oost-West: tussen Gibraltar en Malta). Pas vanaf 1942 gebruikten de Italianen camouflage van hun schepen; een behoorlijk aantal zeeslagen had toen echter al plaatsgevonden. En in 1943 gaven de Italianen zich al over. De camouflagepatronen veranderden gemiddeld elke 4-6 maanden, dus ook hier moest ik vooraf beslissen welk patroon ik zie kiezen/schilderen per schip. En sommige miniaturen bleven ongecamoufleerd, omdat ze al zouden zinken voor 1942…

Een markant herkenningspunt zijn de rood-witte diagonale strepen op de voorplecht (en soms ook op het achterschip). Deze werden toegepast om te voorkomen dat de Italiaanse Luchtmacht ‘eigen’ oorlogschepen zouden bombarderen (wat ze overigens af en toe toch deden bij vergissing).
Mijn Italiaanse vloot bestaat nu uit 2 gemoderniseerde slagschepen (Andrea Doria-klasse), 2 moderne slagschepen (Vittorio Veneto klasse), 3 zware kruisers van de Trento-klasse, 4 zware kruisers van de Zara-klasse, en een 12-tal destroyers (van Maestrale-, Oriani- en Soldati-klasse). Hiermee kan ik diverse zeeslagen uit 1940-’43 tegen de Britten uitbeelden. Ik heb echter nog geen Italiaanse bommenwerpers; die zou ik waarschijnlijk 3d geprint kunnen vinden…





































Uitbreiding Britse Marine

Met het oog op de zeeslagen in de Middellandse Zee, is een extra slagschip aangeschaft (en geschilderd). In dit zeegebied voeren vnl. oudere Britse slagschepen van de Queen Elizabeth- en Revenge-klasse. Scheepstypen die in 1916 nog aan de slag bij Jutland deelgenomen hadden en in de jaren vlak voor de Tweede Wereldoorlog behoorlijk gemoderniseerd waren. Om aan zoveel mogelijk zeeslagen mee te kunnen doen, heb ik het model benoemd als ‘Revenge-klasse’ (zodat ik elk van de 5 eenheden kan spelen), maar geschilderd & gecamoufleerd als HMS Royal Sovereign.

Ook zijn beide eenheden van de Courageous-klasse vliegkampschepen besteld bij NAVWAR (mede omdat ik niet wist welke hij nog in voorraad had). Zowel HMS Courageous als HMS Glorious werden uitgeleverd, en dus ook geschilderd/gecamoufleerd. Beiden zonken echter al in de eerste oorlogsjaren…

T.b.v. konvooi zeeslagen zijn een aantal koopvaardijschepen en konvooi escorteschepen aangeschaft. Niet altijd alleen van de Britse marine, maar specifiek ook andere nationaliteiten. Dus de SS Nieuw-Amsterdam (als troopship), 2 Nederlandse Victory koopvaardijschepen en een Canadees en Nederlands ‘Flower’-klasse escortschip, een 3-tal ‘Bay’-klasse fregatten en een Canadees & Amerikaans amfibisch schip. Langzamerhand kan ik een geallieerd konvooi van 10-15 schepen samenstellen, met escorte. Dat ik kan bijv. laten aanvallen door Duitse onderzeeboten, of een Duitse slagkruiser.

En uit de categorie 'weird & wonderful' heb ik 2 'monitors' aangeschaft en geschilderd. Dit type is groot geworden rondom de Eerste wereldoorlog; feitelijk kleine, brede platbodems met daarop een geschutstoren van een slagschip (!). In de Tweede wereldoorlog zetten de Britten ze in tijdens amfibische landingen, voor kustbombardementen.    


Uitbreiding Duitse Marine

Bij dezelfde NAVWAR-bestelling had ik een klein aantal Duitse hulpschepen besteld, zodat een Noorwegen 1940 scenario beter tot zijn recht zou komen. Het Britse vliegkampschip HMS Glorious past ook in dat scenario… De bestelde schepen werden allen geleverd en toen begon het uitzoeken op internet welke kleur ze geschilderd dienden te worden. Het passagierschip was bedoeld als ‘troopship’, maar eventueel ook hulpkruiser. Zij bleek echter vnl. gebruikt te zijn als evacuatieschip om Duitsers uit Polen/Gdansk te redden in 1944/‘45 van de Russische opmars… En de Duitse tanker bleek een ex-walvisvaarder uit de jaren ‘30, die overigens ook gebruikt was als evacuatievaartuig in 1944/‘45. Een fascinerend verhaal over walvisvaarders in het algemeen: ontstaan in de jaren 1930, in o.a. Engeland, Noorwegen, Duitsland en Nederland. Al snel kwam aan de achterkant van het schip een helling, waarlangs de gevangen walvissen aan boord getakeld werden. Daarom waren er altijd 2 schoorstenen, naast elkaar, want in het midden kon natuurlijk niet. En in de jaren '60 werden de meeste Europese schepen 2e hands verkocht aan Japan. Dat de schepen uitermate geschikt waren als tanker, kwam omdat ze veel olie mee moesten nemen als brandstof voor de harpoenierschepen en omdat ze walvisolie/ levertraan moesten kunnen opslaan voor hun maandenlange reizen. 

Omdat beiden Duitse schepen niet echt als oorlogschip gebruikt zijn, heb ik ze maar in hun koopvaardijkleuren geschilderd.



Battle Report 'attack on modern NATO convoy' (Naval Command 2021 rules)

English summary: Using the Naval Command 2021 rule set, we played a naval wargame in which a 1:3000 scale NATO amphibious convoy, escorted by 3 destroyers, was attacked by a Russian task group near Norway. This was our first usage of Naval Command 2021 (and our first wargame in the Garden extension of the house) and provided us with more insight of Naval Command 2021 (including use of contact markers). After 5 turns & the first hits on the NATO convoy we had to stop, due to real world developments (dinner). 

Waar: Omdat we interesse hadden in de spelregels ‘Naval Command 2021’ probeerden we een eerder gespeeld scenario (toen met ‘Shipwreck’ regels) enigszins gelijkwaardig te spelen met ‘Naval Command 2021’. Dit keer zou wederom een Russisch eskader een NAVO amfibisch konvooi op weg naar Narvik moeten tegenhouden. Dit was een niet-historische maritiem oppervlakte-oorlogvoering scenario rond de jaren ‘90. De game werd thuis, voor het eerst in onze tuinkamer op een 2-tal campingtafels gespeeld, met gebruik van een 6x4 feet mat met ‘zee’ afbeelding

Hoe: Het spel werd gespeeld met 1:3000 miniaturen van fabrikant NAVWAR. Het Russisch smaldeel bestond uit 6 schepen: als vlaggenschip een ‘Kirov’ slagkruiser (1988-nu), een ’Slava’-klasse kruiser (beiden geoptimaliseerd voor bestrijding van NAVO vliegkampschepen en kruisers), een Sovremenny destroyer (1980-nu) en 3 ‘Nanuchka’-klasse zeegaande raketboten (1975-nu). Het smaldeel had meerdere Ka-27 ‘Helix’ maritieme helikopters. Het gemoderniseerde NAVO smaldeel bestond uit het Nederlandse vlaggenschip de ‘Tromp’ (LCF, 2002-nu), een moderne Amerikaanse destroyer van de Arleigh Burke klasse (1993-nu), en de Britse type 42 destroyer HMS Sheffield (allen geoptimaliseerd voor luchtverdediging). Het te verdedigen konvooi bestond uit een Brits en Nederlands Landing Platform Dock (HMS Intrepid & Hr.Ms. Rotterdam, elk met een bataljon mariniers aan boord), aangevuld met de combat support tanker Hr.Ms. Amsterdam. Het NAVO smaldeel had meerdere NH-90 maritieme helikopters. De vliegende miniaturen hadden een schaal 1:600 (NAVO) of 1:1200 (Rusland). Afstandschaal: 1 cm. = 1 nautical mile (nm.).
Dit was de eerste keer dat we met de regelset van ‘Naval Command 2021’ speelden. De lessen die we de vorige keer (met ‘Shipwreck’) geleerd hadden, tezamen met de extra mogelijkheden van ‘Naval Command 2021’, hebben we toegepast: we gebruikten een missie (‘encounter’ & ‘convoy’), gebruikte Rules of Engagement (ROE), gebruikte het weer (night, settled weather, moderate sea, clear visibility) en dobbelden elke turn (beurt) om ‘initiatief’. Ook maakten we gebruik in de openings scenes van algemene (houten) scheepsmodellen, zodat een opponent de vijand niet kon identificeren. Dat is

realistischer, want zo moet je een schip eerst detecteren en identificeren als vijandelijk, voordat je er op kunt schieten. Uitgangssituatie was dat beide smaldelen 100 cm. van elkaar verwijderd waren. Het NAVO-smaldeel begon aan de oost rand van de mat, het Russisch smaldeel had zich gesplitst in 2 groepen en kwam uit het Noordwesten. ‘Naval Command 2021’ maakt gebruik van het werkelijke afstandsbereik van anti-scheepsraketten (een verschil met ‘Shipwreck’) maar hanteert voor detectie afstanden en luchtafweer slechts een 3-tal afstandsringen: long range is 30-100 cm., intermediate: 12-30 cm. en close range: 0-12 cm. Ik zal in een later blog de verschillen tussen ‘Shipwreck’ en ‘Naval Command 2021’ duiden. Er werd tevens gebruik gemaakt van counters om aan te geven of eenheden hun radar actief hadden en/of passief/actief gedetecteerd waren. Ook hadden we verschillende (houten) counters om schade aan boord aan te geven: brand, waterschade of structurele schade. Het daadwerkelijk spel duurde ca. 5 u. mede omdat we de spelregels nog onder de knie moesten krijgen…

Battle Report
Zowel het Russische smaldeel als het NAVO smaldeel wisten van elkaar dat ze op zee waren, maar kenden de exacte samenstelling van deze vloten niet, noch hun positie. In turn 1 lanceerde de NAVO een voor Rusland onbekend luchtvaartuig (geel houten model) om het zeegebied te doorzoeken. De Russische schepen hielden hun radar uit; de NAVO-schepen ook. Alleen het NAVO luchtvaartuig werd actief op radar, op lage hoogte. Tijdens de navigatie fase van deze turn bewogen beide vloten zich naar elkaar toe. Tijdens de detectie fase ontdekte het NAVO luchtvaartuig een radarcontact in het noordwesten; dit bleek een decoy van een van de Russische schepen en werd na detectie weggenomen van het speelveld. Het koste het Russische smaldeel wat moeite om het NAVO luchtvaartuig passief te detecteren. Uiteindelijk lukte dat en herleiden ze de onderschepte radaruitzending tot een NAVO NH-90 helikopter. Het houten gele vliegtuigmodel werd daarop vervangen door een NH-90 model. Mede omdat geen Russische schip actief was op radar, kon NAVO verder niets detecteren (per turn mag een schip slechts 1 andere eenheid detecteren) en kon Rusland de NAVO NH-90 helikopter niet uit de lucht schieten. Er volgde deze turn dus geen Combat fase.
In turn 2 kreeg NAVO wederom het initiatief. De meteorologische omstandigheden bleven gelijk (omdat het settled was). In de navigatie fase lanceerde de NAVO een tweede luchtvaartuig; Rusland lanceerde een 4-tal luchtvaartuigen (witte houten modellen); 3 vanuit de westelijke groep en 1 vanuit de noord-westelijke groep onbekende schepen. Vanuit de NH-90 helikopter werd een poging met radar ondernomen om ‘zicht’ te krijgen op de westelijke groep onbekende schepen. Wederom werd een Russische decoy ‘ontdekt’ (en weg-genomen van het speelveld). Andere detectiepogingen van NAVO of Rusland mislukten. Hiermee kwam de 2e turn tot een einde.
In turn 3, initiatie fase werden alle 6 luchtvaartuigen actief met hun radar. Inmiddels waren beide vloten elkaar per turn ruim 12 cm. genaderd. In deze navigatiefase ging de NH-90 helikopter extra laag vliegen, ter verdediging tegen de SAN-6 lange afstand luchtafweer capaciteiten van de 2 Russische kruisers, die nog steeds niet gevonden waren. In de detectiefase ‘ontdekte’ het NAVO luchtvaartuig een tweede Russische decoy in de westelijke groep, inmiddels al de 3e binnen het spel… Een Russisch luchtvaartuig detecteerde een NAVO decoy, die weggenomen werd uit het NAVO konvooi. Over en weer werd geprobeerd om middels detectie een beeld te krijgen van elkaars vloten. De schepen hadden moeite om de kleine helikopters te detecteren of te identificeren, zelfs op intermediate range. En de helikopters hadden problemen om de moderne schepen (met hun Electronic Warfare ‘shield’) te detecteren. Ondanks deze tegenslagen besloot de westelijke Russische groep om vuur uit te brengen op de NH-90 helikopter.

Ze vroegen hiervoor toestemming bij hun commandant (dobbelen om attack clearance), werden actief op radar en vuurden een SAN-6 af op de NH-90, die in dit spel niet beschermd werd door zijn extra lage vluchthoogte (in werkelijkheid natuurlijk wel!), en vernietigden de NH-90. Nadeel: beide Russische kruisers werden daardoor zichtbaar op de speelmat en hun overgebleven decoys vervielen. Het werd aan NAVO opeens duidelijk dat de westelijke Russische groep (initieel 4 houten modellen) bestond uit 2 gevaarlijke kruisers met tientallen zware anti-scheeps raketten (SSN-19 en SSN-12). De NAVO had van deze kruisers echter nog geen detectie/positie, dus kon daar nog niet op vuren… De Russen tastten wat meer in het duister: ze hadden nog geen goed beeld van de samenstelling van het NAVO konvooi, en wisten ook niet hoeveel High Value Units (HVU), zoals de LPD’s met elk een bataljon mariniers, er waren.
In turn 4 (inmiddels hadden we al ruim 2 uur gespeeld, opgezocht en gediscuseerd) had de NAVO (na dobbelen) nog steeds het initiatief. Gezien de dreiging koos NAVO er voor om Hr.Ms. Tromp en de Arleigh Burke destroyer actief te laten worden op radar. Binnen de spelregels werd het beide Russische kruisers toegestaan om hun radars weer uit te doen (verschil met ‘Shipwreck’). Gevolg: NAVO-eenheden kregen hierdoor in de daaropvolgende detectiefase nooit een kans om deze radars passief te detecteren en wellicht anti-scheepsraketten af te vuren (in bearing only launch), wat in werkelijkheid een tactiek is (vandaar die ‘Shipwreck’ regel?).  Tijdens turn 4, navigatiefase probeerden de beide Russische kruisers aansluiting te vinden bij de rest van hun vloot en manoeuvreerden NAVO schepen om hun luchtverdedigingschil rondom beide LPD’s te optimaliseren. Een aantal Russische
luchtvaartuigen (identiteit nog steeds onbekend!) naderde tot op 30 cm. Tijdens de detectiefase werd HMS Sheffield ontdekt en werden 2 Russische luchtvaartuigen geïdentificeerd als Ka-27 helikopters. In de combatfase bevuurde de Arleigh Burke destroyer met SM2 luchtafweer raketten beide bekende Ka-27 helikopters en vernietigden deze.  Hiervoor was geen attack clearance benodigd, want door het eerdere verlies van de NH-90 (hostile act door Rusland) en de tactische situatie had de NAVO-vloot de ROE om beide Russische helikopters (identiteit vastgesteld) te bevuren. Rusland had alleen een positie van HMS Sheffield en verkoos daarop vooralsnog niet te vuren (geen HVU?).
In turn 5 verkreeg Rusland (met dobbelen) het initiatief. We hadden inmiddels al bijna 4 uur gespeeld en de meeste schepen en luchtvaartuigen waren nog niet geïdentificeerd (hun 1:3000 modellen stonden derhalve nog niet op het speelveld). Alle Russische schepen gingen daarop actief op hun radar (daardoor vervielen hun decoys). Binnen het NAVO-konvooi ging nu ook HMS Sheffield actief op radar; hierdoor was de NAVO luchtverdediging paraplu compleet, met 3 zichtbare schepen. In turn 5, navigatie fase, had Rusland een schrandere krijgslist: in de voortdurende nacht vloog het met een onbekend luchtvaartuig op lage hoogte naar het midden van het NAVO-konvooi! Omdat het konvooi vrij dicht op elkaar voer (in het kader van luchtverdediging), zag de Russische Ka-27 helikopter opeens alle tot dan toe onbekende NAVO-schepen, maar werd de Ka-27 uiteraard ook visueel voor de NAVO-schepen. Volgens de spelregels moest ik wachten tot de combat fase om die vervelende helikopter uit de lucht te schieten. Als vml. luchtverdedigingsoffier kon ik niet geloven dat er binnen de spelregels geen mogelijkheid was om tijdens het overvliegen zo’n helikopter ogenblikkelijk neer te halen, maar we konden het niet vinden… Enfin, alle overgebleven NAVO decoys vervielen en het NAVO-konvooi was opeens ‘zichtbaar’ voor de tientallen zware Russische anti-scheeps raketten. En Rusland had deze turn

ook nog het initiatief, en zou dus als eerste mogen vuren in de aankomende combatfase… In de detectie fase probeerde het overgebleven NAVO luchtvaartuig de positie van de Russische Slava-klasse kruiser vast te stellen, wat niet lukte. Voor de NAVO-schepen bleken de Russen te ver weg om ze passief te detecteren. Het NAVO luchtvaartuig (NH-90) werd echter wel gedetecteerd door de Slava. In de daaropvolgende combat fase werd de NH-90 pardoes uit de lucht geschoten door een Russische SAN-6 raket van de Slava. Hiermee was de NAVO ‘blind’ geworden, waar de Russen zich ophielden en had de NAVO geen scheepsdoelen om op te vuren. Vervolgens ontplooiden de Russen hun plan om de NAVO luchtverdediging te verzadigen: vanaf de 2 Nanuchka-klasse raketboten die net binnen afvuurbereik waren, werden in 2 salvo’s in totaal 8 SSN-9’s afgevuurd op Hr.Ms. Tromp. Omdat dit een modern luchtverdedigingsfregat (LCF) is met meerdere wapensystemen (lees: verdedigingslagen) maakte ik mij daar niet zo druk om. Echter, Naval Command 2021 heeft een systeem om verzadiging van de luchtverdediging zichtbaar (lees: voelbaar) te maken: elke keer dat je je luchtverdediging gebruikt, wordt die iets zwakker voor een volgende aanval. Daarin wordt blijkbaar geen duidelijk onderscheid gemaakt in hoeveel soorten afweersystemen je hebt.. In mijn belevingswereld heeft gebruik van een Goalkeeper geen negatieve gevolgen op het gebruik van SM2 of ESSM raketten, of van het 5 inch kanon. Helaas kent Naval Command 2021 ook geen regels voor EOV (chaff, flares of stoorzender). Tijdens de luchtverdedigingsfase ontstond ook onduidelijkheid hoe lang je je mag verdedigen binnen 1 van de 3 afstandringen. In ‘Shipwreck’ schrijdt de tijd verder (je hebt maar 1 trefkans binnen elk van de 5 ringen), maar in Naval Command 2021 hadden we niet goed door hoe vaak je binnen 1 afstandsring op de doelen mocht vuren. Enfin, van de 8 aanstormende SSN-9’s werd het merendeel afgeschoten met SM-2 en ESSM, maar uiteindelijk was volgens de regels de luchtverdediging dermate verzadigd dat de

toenemende negatieve modifiers voor-kwamen dat er nog SSN-9’s af-geschoten werden. Uiteindelijk sloeg er 1 in. De ontstane damage was uit-slaande brand en structurele schade. Er was bij de bestrijding van SSN-9’s geen gebruik gemaakt van onder-steuning door de Arleigh Burke destroyer, omdat het mij duidelijk was dat Rusland met de kleinere SSN-9’s de gehele NAVO luchtverdediging probeerde te verzadigen, zodat daarna de zwaardere SSN-12’s en SSN-19’s vrij spel hadden tegen de NAVO HVU’s …. Dus ik had die luchtafweer van de Amerikaanse en Britse destroyer nog hard nodig. Er was geen speeltijd meer voor de damage control fase, dus we weten niet of deze schade catastrofaal zou worden voor Hr. Ms. Tromp.

Wat vind ik van mijn eerste ‘Naval Command 2021’ wargame?

Ten eerste beviel de tijdelijke opzet van het speelveld in de tuinkamer geweldig. Lekker veel daglicht op het speelveld; goed voor fotografie! Ten tweede zijn we veel aan de weet gekomen hoe ‘Naval Command 2021’ werkt, en wat de verschillen zijn met het eerder gespeelde ‘Shipwreck’. Het voordeel van Naval Command 2021 is ontegenzeggelijk dat dit verder ontwikkeld is (en wordt!) in de 21e eeuw: de ship data cards bevatten niet alleen data over schepen uit de eerste Koude Oorlog (1947-1991) maar ook over schepen uit deze 21e eeuw. En er is een enigszins actieve digitale omgeving, waar updates beschikbaar zijn (de ontwikkeling van ‘Shipwreck’ is in 1999 feitelijk gestopt). Ofschoon ik mij realiseer dat dit Naval Wargame (net zo als ‘Shipwreck’) geen getrouwe simulatie is van de werkelijkheid, zat mijn beroepskennis mij (wederom) toch behoorlijk in de weg. Zo’n Russische krijgslist om met een helikopter tot midden in het NAVO-konvooi te vliegen had ik dus nooit kunnen bedenken… In werkelijkheid is dat een zelfmoord missie (zonder resultaat).
Enfin, ‘Naval Command 2021’ heeft een aantal reality/fidelity problemen van ‘Shipwreck’ opgelost en het heeft een aantal extra features, die een naval wargame aantrekkelijker maken. De feature om met algemene contact markers, met Rules of Engagement en met meteo te werken geeft een realistischer beeld van de maritieme werkelijkheid. Ik denk dat we een volgende keer ons echter beperken tot 1 contact marker per schip en decoys niet (meer) gebruiken. Omdat we maar 1 detectie/schip mogen doen, duurde de contact marker fase mij iets te lang… Het is waarschijnlijk idealer om de goede features van ‘Shipwreck’ (o.a. gebruik van EOV) te combineren met die van ‘Naval Command 2021’ (o.a. snellere/ makkelijkere wapeninzet), maar zover ben ik nog niet. Daarvoor moeten we eerst vaker met ‘Naval Command 2021’ spelen. In een eerstvolgende blog zal ik de verschillen tussen beide regelsystemen verder uitdiepen.


Continued familiarization of the GQ 3.3 Rules

The aim of this fictional Naval Wargame was to try out/learn/study air-attack rules against ships and night combat. So we had a 1942 Japanes...