English summary: Using the Naval Command 2021 rule set, we played a fictious Russian naval exercise around 1985 in which a 1:3000 scale amphibious convoy, escorted by several ASW combattants, was intercepted by 2 Russian nuclear submarines. This was our second usage of Naval Command 2021 and provided us with insight of the onderwater warfare capabilities of Naval Command 2021. The exercise lasten 5 turns.
Waar: Dit was een tweede keer dat we de spelregels van ‘Naval Command 2021’ gebruikten. Specifiek was de focus op onderwater oorlogvoering (ASW: Anti Submarine Warfare); voor ons nieuw. Omdat er door omstandigheden weinig voorbereidingstijd was geweest, werd een scenario gehanteerd waarin min of meer een Russische marine oefening werd gespeeld: Russische onderzeeboten zouden moeten verhinderen dat een (Russisch) amfibische Taakgroep kon landen op de (Russische) kust. Door het oefenscenario konden we meer overleggen met elkaar (teneinde meer kennis op te doen over Naval Command en dit type oorlogvoering) en ging het minder over het toepassen van krijgslisten en/of het winnen van de game. Dit was een niet-historische maritieme oorlogvoering scenario halverwege de jaren ‘80. Bewust werd een groot aantal missile shooters niet gebruikt; de focus lag op kennis opdoen over ASW met onderzeeboten, oppervlakteschepen en helikopters en beeldopbouw tegelijkertijd op, boven en onder water. Voorafgaand aan de game is nog enige tijd bekeken hoeveel Russische land-elementen vervoerd konden worden met de 6 schepen van de Amfibische Taakgroep. Dit zal verder uitgewerkt worden in een volgende game, omdat we werken aan een Campaign, die via een Amfibische landing uitmondt in een veldslag op land.
De game werd in de eetkamer van mijn tegenstander op hun eetkamertafel gespeeld, met gebruik van een 6x4 feet mat met ‘zee’ afbeelding, evenwel zonder kustlijn. Er zijn foto's gemaakt en een time-lapse video.
Hoe: Het spel werd gespeeld met 1:3000 miniaturen (fabrikant NAVWAR) en luchtvaartuigen schaal 1:600. De Russische Amfibische Taakgroep bestond uit 6 amfibische schepen: 1x ‘Ivan Rogov’-klasse, 2x ‘Alligator’-klasse en 3 ‘Ropucha’-klasse landingsvaartuigen, beschermd door een oude kruiser van de ‘Sverdlov’-klasse (vlaggenschip en geschikt voor Naval Gunfire Support), een ‘Kresta II’-klasse ASW-kruiser, een ’Udaloy’-klasse ASW-destroyer en een ‘Krivak II’-klasse ASW-fregat. De taakgroep had een moderne Ka-27 ‘Helix’ ASW-helikopter op de ‘Udaloy’ en een oudere Ka-25 ‘Hormone’ ASW-helikopter ingescheept op de ‘Krivak II’. Tevens had de taakgroep de beschikking (op afroep) over een Be-12 ASW-patrouillevliegtuig, dat vanaf een vliegveld op de wal kon opereren. De taakgroep had met haar ASW-schepen en vliegende eenheden een aantal lange afstandswapens tegen de onderzeeboten: de schepen waren elk uitgerust met 8 SSN-14 (raketsysteem die een torpedo 27 nm. ver schiet) en de helikopters hadden torpedo’s bij zich. Het luchtafweer-‘schild’ van de taakgroep werd vnl. geleverd door de oude SAN-3 (‘Kresta II’), SAN-4 (‘Krivak’) en de moderne SAN-9 raketinstallaties (‘Udaloy’). En kustbombardement was mogelijk met de 12 x 152 mm kanons van de ‘Sverdlov’ en de 2 x 100 mm kanons van de ‘Udaloy’. Qua environment werd er voor gekozen dat weersinvloeden niet van invloed waren, onder de aanname dat zo’n amfibische landing alleen doorgang vindt met gunstig weer.
De Russische kust werd binnen de territoriale wateren beschermd door een 2-tal oppervlakte schepen: een fregat van de ‘Krivak III’-klasse (KGB grenstroepen), met ingekwartierde KA-27 helikopter en een ‘Grisha III’-klasse ASW-korvet. Verder voor de kust (dieper water) lagen 2 nucleaire onderzeeboten om een aanval op te merken en te verhinderen: een onderzeeboot uitgerust met SSN-7 anti-scheepsraketten (‘Charlie’-klasse), welke ondersteund werd door een ‘Alfa’-klasse aanvalsonderzeeboot (met torpedo’s). Cf. de spelregels waren beide onderzeeboten samengevoegd in een Submarine Patrol Zone, met een radius van 30 zeemijl (nm.). Alleen de Patrol Zone was voorzien van een ‘marker’ (blauw vlaggetje); de onderzeeboten waren dus onzichtbaar, onder water.
Tijdens het spel werden geen contact markers gebruikt, omdat we de vorige keer gemerkt hadden dat door het gebruik van contact markers (om de identiteit van alle schepen te verhullen) de beginfase van een game behoorlijk lang duurde… Vooraf hebben we de regels van ‘Naval Command’ licht aangepast: sommige eenheden mochten meer dan 1 detectie per turn doen. Het aantal toegestane detecties/turn maakten we gelijk aan de ‘kwaliteit’ van hun sensor. Dus als een onderzeeboot voor haar passieve sonar de kwaliteitswaarde ‘2’ had (in de Fleet List), mocht ze per turn 2 passieve sonar detecties doen. Zo ook met radars. Resultaat: oude/kleine eenheden konden vaak slechts 1 detectie per sensortype doen; modernere/grotere eenheden (zoals ‘Udaloy’) 2 detecties per sensortype (radar en/of sonar). Ook verdubbelden we de ‘vliegtijd’ van de luchtvaartuigen: in de regels staat dat een Ka-25/27 boordhelikopter al na 3 turns moet oplanden (en tanken). Omdat een turn ongeveer 15 min. duurt, zou dat al na 45 min. daadwerkelijk vliegen zijn… We hebben er derhalve een meer realistischer tijd voor gebruikt. De ‘Grisha III’-klasse stond niet in de Fleet list; v.w.b. radar- en sonarkwaliteit hebben we de waarde van een behoorlijk gelijkwaardige ‘Krivak II’-klasse aangehouden.
De (Russische) Amfibische Taak begon aan de ene kant van de mat en de verdediging van de kust begon aan de andere kant van de mat. ‘Naval Command 2021’ maakt gebruik van het werkelijke afstandsbereik van de scheepsbewapening maar hanteert voor detectie-afstanden slechts een 3-tal afstandsringen: long range is 30-100 cm., intermediate: 12-30 cm. en close range: 0-12 cm. Ook gebruikten we verschillende (houten) counters om schade aan boord aan te geven: brand, waterschade of structurele schade. Het daadwerkelijk spel duurde ca. 4 u. mede omdat we de spelregels nog onder de knie moesten krijgen…
Battlereport
Hoe: Het spel werd gespeeld met 1:3000 miniaturen (fabrikant NAVWAR) en luchtvaartuigen schaal 1:600. De Russische Amfibische Taakgroep bestond uit 6 amfibische schepen: 1x ‘Ivan Rogov’-klasse, 2x ‘Alligator’-klasse en 3 ‘Ropucha’-klasse landingsvaartuigen, beschermd door een oude kruiser van de ‘Sverdlov’-klasse (vlaggenschip en geschikt voor Naval Gunfire Support), een ‘Kresta II’-klasse ASW-kruiser, een ’Udaloy’-klasse ASW-destroyer en een ‘Krivak II’-klasse ASW-fregat. De taakgroep had een moderne Ka-27 ‘Helix’ ASW-helikopter op de ‘Udaloy’ en een oudere Ka-25 ‘Hormone’ ASW-helikopter ingescheept op de ‘Krivak II’. Tevens had de taakgroep de beschikking (op afroep) over een Be-12 ASW-patrouillevliegtuig, dat vanaf een vliegveld op de wal kon opereren. De taakgroep had met haar ASW-schepen en vliegende eenheden een aantal lange afstandswapens tegen de onderzeeboten: de schepen waren elk uitgerust met 8 SSN-14 (raketsysteem die een torpedo 27 nm. ver schiet) en de helikopters hadden torpedo’s bij zich. Het luchtafweer-‘schild’ van de taakgroep werd vnl. geleverd door de oude SAN-3 (‘Kresta II’), SAN-4 (‘Krivak’) en de moderne SAN-9 raketinstallaties (‘Udaloy’). En kustbombardement was mogelijk met de 12 x 152 mm kanons van de ‘Sverdlov’ en de 2 x 100 mm kanons van de ‘Udaloy’. Qua environment werd er voor gekozen dat weersinvloeden niet van invloed waren, onder de aanname dat zo’n amfibische landing alleen doorgang vindt met gunstig weer.
De Russische kust werd binnen de territoriale wateren beschermd door een 2-tal oppervlakte schepen: een fregat van de ‘Krivak III’-klasse (KGB grenstroepen), met ingekwartierde KA-27 helikopter en een ‘Grisha III’-klasse ASW-korvet. Verder voor de kust (dieper water) lagen 2 nucleaire onderzeeboten om een aanval op te merken en te verhinderen: een onderzeeboot uitgerust met SSN-7 anti-scheepsraketten (‘Charlie’-klasse), welke ondersteund werd door een ‘Alfa’-klasse aanvalsonderzeeboot (met torpedo’s). Cf. de spelregels waren beide onderzeeboten samengevoegd in een Submarine Patrol Zone, met een radius van 30 zeemijl (nm.). Alleen de Patrol Zone was voorzien van een ‘marker’ (blauw vlaggetje); de onderzeeboten waren dus onzichtbaar, onder water.
Tijdens het spel werden geen contact markers gebruikt, omdat we de vorige keer gemerkt hadden dat door het gebruik van contact markers (om de identiteit van alle schepen te verhullen) de beginfase van een game behoorlijk lang duurde… Vooraf hebben we de regels van ‘Naval Command’ licht aangepast: sommige eenheden mochten meer dan 1 detectie per turn doen. Het aantal toegestane detecties/turn maakten we gelijk aan de ‘kwaliteit’ van hun sensor. Dus als een onderzeeboot voor haar passieve sonar de kwaliteitswaarde ‘2’ had (in de Fleet List), mocht ze per turn 2 passieve sonar detecties doen. Zo ook met radars. Resultaat: oude/kleine eenheden konden vaak slechts 1 detectie per sensortype doen; modernere/grotere eenheden (zoals ‘Udaloy’) 2 detecties per sensortype (radar en/of sonar). Ook verdubbelden we de ‘vliegtijd’ van de luchtvaartuigen: in de regels staat dat een Ka-25/27 boordhelikopter al na 3 turns moet oplanden (en tanken). Omdat een turn ongeveer 15 min. duurt, zou dat al na 45 min. daadwerkelijk vliegen zijn… We hebben er derhalve een meer realistischer tijd voor gebruikt. De ‘Grisha III’-klasse stond niet in de Fleet list; v.w.b. radar- en sonarkwaliteit hebben we de waarde van een behoorlijk gelijkwaardige ‘Krivak II’-klasse aangehouden.
De (Russische) Amfibische Taak begon aan de ene kant van de mat en de verdediging van de kust begon aan de andere kant van de mat. ‘Naval Command 2021’ maakt gebruik van het werkelijke afstandsbereik van de scheepsbewapening maar hanteert voor detectie-afstanden slechts een 3-tal afstandsringen: long range is 30-100 cm., intermediate: 12-30 cm. en close range: 0-12 cm. Ook gebruikten we verschillende (houten) counters om schade aan boord aan te geven: brand, waterschade of structurele schade. Het daadwerkelijk spel duurde ca. 4 u. mede omdat we de spelregels nog onder de knie moesten krijgen…
Battlereport
Mede omdat het een oefening was, wist de aanvallende als verdedigende partij van elkaar dat ze op zee waren. Aangenomen werd dat er binnen de verdedigende partij geen direct contact was tussen de schepen binnen de territoriale wateren en de diep weggedoken onderzeeboten. In turn 1 had de verdedigende partij het initiatief. Zowel de ‘Grisha III’ als het KGB-fregat werden actief op radar en hielden zodoende de grens onder controle. Alle schepen bleven passief op sonar. Het meest moderne schip van de Amfibische taakgroep (‘Udaloy’) werd ook actief op radar. De taakgroep voer richting de kust; de verdedigende partij bleef min of meer stationair. Wel lanceerde het KGB-fregat haar KA-27 helikopter, welke 6 nm. richting de verwachtte positie van de Amfibische taakgroep gestuurd werd en haar radar activeerde. De detectiefase leverde nog niet zoveel op: de ‘Alfa’-klasse onderzeeboot bleek niet in staat om schroefgeruis te horen van de Amfibische taakgroep (nog te ver weg); de Ka-27 helikopter (KGB) wist de moderne radars van de ‘Udaloy’ niet te onderscheppen op deze grote afstand en de ‘Udaloy’ wist slechts passief de radars van het KGB-fregat en de ‘Grisha III’ te onderscheppen. De ‘Sverdlov’ wist nog net passief de radar van de ‘Grisha III’ te onderkennen. Tactische situatie: beide partijen wisten nog te weinig om een dreiging te onderkennen en kenden geen posities waarop geschoten moet/kon worden.
In turn 2 kreeg de Amfibische taakgroep het initiatief. De taakgroep deed alle radars aan en lanceerde haar beide helikopters en stuurde die richting de kust. Alle schepen kwamen gestaag dichter bij elkaar. Ook de KA-27 helikopter (KGB ) activeerde haar radar en vloog 23 nm. richting de Amfibische taakgroep. Hiermee werd in de detectie fase de ‘Sverdlov’ kruiser gedetecteerd en de ‘Grisha III’ slaagde er in om de ‘Kresta II’ kruiser passief te detecteren. Passieve sonardetectie door beide onderzeeboten was niet succesvol. De taakgroep kreeg nog steeds geen goede positie van de ‘Grisha III’ en het ‘KGB-fregat’ maar de ‘Udaloy’ had inmiddels wel een radaronderschepping van de KGB KA-27 helikopter.
Tactische situatie: De taakgroep leek zich niet erg bewust van de onderzeebootdreiging en twijfelde nog over de dreiging die uitging van beide passief geïdentificeerde schepen voor de kust. Waren zij missile shooters? Was de KGB KA-27 helikopter een outside-sensor voor de 2 oppervlakte eenheden? De verdedigende partij was zich daarentegen bewust van de aanwezigheid van 2 Russische kruisers (maar nog geen duidelijke positie).
In turn 3, behield de Amfibische taakgroep haar initiatief. In de navigatiefase passeerden alle helikopters elkaar op tegenover liggende koersen. Aan het eind van de turn kwam het Be-12 patrouillevliegtuig op post, als ondersteuning van de Taakgroep. In deze detectiefase had de moderne ‘Alfa’-klasse onderzeeboot voor het eerst een passieve sonardetectie op de dichterbij gekomen ‘Sverdlov’ (op 26 nm.) en op de Kresta II-kruiser (op 20 nm.). Van de eerdere ESM-detecties van deze schepen (vorige turn) waren de onderzeeboten niet op de hoogte (gebracht). De taakgroep was in deze turn nog niet in staat gebleken om de onderzeebootdreiging goed te onderkennen; alleen de moderne ’Udaloy’ kreeg een aanwijzing dat er ergens een onderzeeboot zat. Over en weer vonden detectiepogingen met radar plaats, maar het resultaat was uiterst magertjes.
Tactische situatie: de Taakgroep lukte het steeds niet om beide schepen in de Russische territoriale wateren te detecteren met radar. De aard van de passieve radaronderscheppingen van die eenheden en het feit dat de helikopters van de taakgroep door beide schepen niet bevuurd werden, sterkte hun mening echter dat het waarschijnlijk geen gevaarlijke missile shooters waren (welke een dreiging voor de Amfibische schepen zou zijn). De aanwijzing dat er in de nabijheid van de taakgroep een onderzeeboot zat, was veel gevaarlijker! De verdedigende partij bouwde steeds meer een beeld op dat er enkele grote schepen (kruisers), ondersteund door helikopters en een watervliegtuig opdoemden voor de kust. Over en weer waren er nog geen duidelijk posities bepaald, waarop gevuurd zou kunnen worden. Na ongeveer 2 uur game begon turn 4; de verdedigende partij had weer het initiatief gekregen. De aanvallende partij voer de Submarine Patrol Zone binnen en probeerde met veel ASW-eenheden een beter beeld (en positie) te krijgen van de onderzeeboot/boten. Haar amfibische schepen voeren inmiddels met een boog om deze zone heen. De KA-27 helikopters van beide zijden kregen nu zicht op hun doelen: de taakgroep realiseerde zich hierna dat het KGB-fregat en het Grisha III korvet geen grote dreiging vormde voor de Amfibische taakgroep en de KA-27 van de KGB detecteerde de Amfibische taakgroep (wat het doel was voor beide onderzeeboten). De detectiefase was druk: de ‘Charlie’ klasse onderzeeboot probeerde met een actieve sonaruitzending de positie van de Kresta II kruiser te bepalen om deze in de combat-fase aan te kunnen vallen; die detectie mislukte! De ‘Udaloy’, ‘Kresta II’, ‘Krivak II’, helikopter en Be-12 detecteerden in meer of mindere mate onderzeeboten binnen de Patrol Zone. Volgens de regels had de aanvallende partij zoveel detecties gedaan binnen deze turn (mede geholpen door de actieve uitzending van de ‘Charlie’), dat ze 1 van de onderzeeboten binnen de Patrol Zone mocht positioneren, minimaal 12 nm. weg van haar eigen schepen (en dus buiten torpedo-bereik). Hierdoor werd de actuele positie van de ‘Charlie’ op de grootst mogelijke afstand van schepen van de Amfibische taakgroep geplaatst. Dat bleek in de combat fase niet afdoende, want de ‘Charlie-klasse onderzeeboot was in staat (‘voor oefening’) 8 SSN-7’s op max. afstand af te (kunnen) vuren op de‘Kresta II’ (logica: ‘use them or loose them’). Een deel van de (‘voor oefening’) aanstormende SSN-7’s werd uit de lucht gehaald door de oudere SAN-3 luchtafweerbatterij van de ‘Kresta II’ en door de SAN-9’s van de nabijgelegen ‘Udaloy’. Twee SSN-7’s braken echter door het gezamenlijke luchtafweerschild, waarvan er 1 (‘voor oefening’) insloeg op de ‘Kresta II’; resulterend in alsmaar uitbreidende branden, die de dienstplichtige, matig getrainde bemanning waarschijnlijk niet gedoofd zou krijgen.
In turn 2 kreeg de Amfibische taakgroep het initiatief. De taakgroep deed alle radars aan en lanceerde haar beide helikopters en stuurde die richting de kust. Alle schepen kwamen gestaag dichter bij elkaar. Ook de KA-27 helikopter (KGB ) activeerde haar radar en vloog 23 nm. richting de Amfibische taakgroep. Hiermee werd in de detectie fase de ‘Sverdlov’ kruiser gedetecteerd en de ‘Grisha III’ slaagde er in om de ‘Kresta II’ kruiser passief te detecteren. Passieve sonardetectie door beide onderzeeboten was niet succesvol. De taakgroep kreeg nog steeds geen goede positie van de ‘Grisha III’ en het ‘KGB-fregat’ maar de ‘Udaloy’ had inmiddels wel een radaronderschepping van de KGB KA-27 helikopter.
Tactische situatie: De taakgroep leek zich niet erg bewust van de onderzeebootdreiging en twijfelde nog over de dreiging die uitging van beide passief geïdentificeerde schepen voor de kust. Waren zij missile shooters? Was de KGB KA-27 helikopter een outside-sensor voor de 2 oppervlakte eenheden? De verdedigende partij was zich daarentegen bewust van de aanwezigheid van 2 Russische kruisers (maar nog geen duidelijke positie).
In turn 3, behield de Amfibische taakgroep haar initiatief. In de navigatiefase passeerden alle helikopters elkaar op tegenover liggende koersen. Aan het eind van de turn kwam het Be-12 patrouillevliegtuig op post, als ondersteuning van de Taakgroep. In deze detectiefase had de moderne ‘Alfa’-klasse onderzeeboot voor het eerst een passieve sonardetectie op de dichterbij gekomen ‘Sverdlov’ (op 26 nm.) en op de Kresta II-kruiser (op 20 nm.). Van de eerdere ESM-detecties van deze schepen (vorige turn) waren de onderzeeboten niet op de hoogte (gebracht). De taakgroep was in deze turn nog niet in staat gebleken om de onderzeebootdreiging goed te onderkennen; alleen de moderne ’Udaloy’ kreeg een aanwijzing dat er ergens een onderzeeboot zat. Over en weer vonden detectiepogingen met radar plaats, maar het resultaat was uiterst magertjes.
Tactische situatie: de Taakgroep lukte het steeds niet om beide schepen in de Russische territoriale wateren te detecteren met radar. De aard van de passieve radaronderscheppingen van die eenheden en het feit dat de helikopters van de taakgroep door beide schepen niet bevuurd werden, sterkte hun mening echter dat het waarschijnlijk geen gevaarlijke missile shooters waren (welke een dreiging voor de Amfibische schepen zou zijn). De aanwijzing dat er in de nabijheid van de taakgroep een onderzeeboot zat, was veel gevaarlijker! De verdedigende partij bouwde steeds meer een beeld op dat er enkele grote schepen (kruisers), ondersteund door helikopters en een watervliegtuig opdoemden voor de kust. Over en weer waren er nog geen duidelijk posities bepaald, waarop gevuurd zou kunnen worden. Na ongeveer 2 uur game begon turn 4; de verdedigende partij had weer het initiatief gekregen. De aanvallende partij voer de Submarine Patrol Zone binnen en probeerde met veel ASW-eenheden een beter beeld (en positie) te krijgen van de onderzeeboot/boten. Haar amfibische schepen voeren inmiddels met een boog om deze zone heen. De KA-27 helikopters van beide zijden kregen nu zicht op hun doelen: de taakgroep realiseerde zich hierna dat het KGB-fregat en het Grisha III korvet geen grote dreiging vormde voor de Amfibische taakgroep en de KA-27 van de KGB detecteerde de Amfibische taakgroep (wat het doel was voor beide onderzeeboten). De detectiefase was druk: de ‘Charlie’ klasse onderzeeboot probeerde met een actieve sonaruitzending de positie van de Kresta II kruiser te bepalen om deze in de combat-fase aan te kunnen vallen; die detectie mislukte! De ‘Udaloy’, ‘Kresta II’, ‘Krivak II’, helikopter en Be-12 detecteerden in meer of mindere mate onderzeeboten binnen de Patrol Zone. Volgens de regels had de aanvallende partij zoveel detecties gedaan binnen deze turn (mede geholpen door de actieve uitzending van de ‘Charlie’), dat ze 1 van de onderzeeboten binnen de Patrol Zone mocht positioneren, minimaal 12 nm. weg van haar eigen schepen (en dus buiten torpedo-bereik). Hierdoor werd de actuele positie van de ‘Charlie’ op de grootst mogelijke afstand van schepen van de Amfibische taakgroep geplaatst. Dat bleek in de combat fase niet afdoende, want de ‘Charlie-klasse onderzeeboot was in staat (‘voor oefening’) 8 SSN-7’s op max. afstand af te (kunnen) vuren op de‘Kresta II’ (logica: ‘use them or loose them’). Een deel van de (‘voor oefening’) aanstormende SSN-7’s werd uit de lucht gehaald door de oudere SAN-3 luchtafweerbatterij van de ‘Kresta II’ en door de SAN-9’s van de nabijgelegen ‘Udaloy’. Twee SSN-7’s braken echter door het gezamenlijke luchtafweerschild, waarvan er 1 (‘voor oefening’) insloeg op de ‘Kresta II’; resulterend in alsmaar uitbreidende branden, die de dienstplichtige, matig getrainde bemanning waarschijnlijk niet gedoofd zou krijgen.
Na de drukke turn 4 (die bijna een uur duurde!) behield de verdedigende partij in turn 5 (met dobbelen) het initiatief. Dat bleek belangrijk! Ten eerste ging de ‘Charlie’-klasse onderzeeboot volledig passief en dook onder de zoutlaag, naar dieper water (in de hoop dat haar positie zou verdwijnen van de vijandelijke sonar-schermen). Dat gebeurde initieel ook ook, maar vnl. omdat ze (onbewust) buiten sonarbereik van de Amfibische taakgroep gezet was. Helaas gaf een nieuwe detectie door het snel naderende Be-12 watervliegtuig (met haar uitgebreide ASW sensorpakket) haar positie ogenblikkelijk prijs… En de ASW-eenheden van de taakgroep (helikopters, fregat en destroyer) bleven in de detectiefase jacht maken op de andere onderzeeboot (de ‘Alfa’), waarvan ze de positie ook detecteerden. De verdedigende partij maakte van de consternatie in de Submarine Patrol Zone gebruik om stug met haar enige KA-27 helikopter (KGB) naar de nu onbeschermde landingschepen te vliegen en hiervan het slechtst beschermde schip (‘Alligator’-klasse) te naderen tot torpedo-afstand. In de daaropvolgende combat fase werden door deze Ka-27 (waar het deze turn het initiatief lag!) - voor oefening - 2 torpedo’s afgevuurd op de ‘Alligator’. Beiden waren (fictief) raak, resulterend in binnenstromend water en diverse branden. De kans was groot dat hiermee een half bataljon mariniers (incl. hun voertuigen) verloren gegaan zou zijn. Voor de ASW-eenheden van de taakgroep was het echter inmiddels ‘prijs schieten’ op beide onderzeeboten, waarvan precies de positie bepaald was. De ‘Alfa’ werd (‘voor oefening’) geraakt door 1 torpedo van een Ka-27 ASW helikopter en zou hierdoor gezonken zijn en de ‘Charlie’ werd ook (‘voor oefening’) geraakt door een torpedo (van de Be-12 ditmaal) en kwam nog net beschadigd, rook uitbrakend aan de oppervlakte (niet meer in staat om te duiken of te vechten). Die onderzeeboot zou t.z.t. onder vuur genomen kunnen worden door de 152 mm kanons van de ‘Sverdlov’-klasse kruiser, indien deze de onderzeeboot tot op 20 nm. zou naderen.
Tactische situatie: de Amfibische taakgroep had de dreiging die uitging van beide onderzeeboten in de Submarine Patrol Zone geneutraliseerd, waarbij beide onderzeeboten verloren gingen. Frappant genoeg is daarbij geen enkele SSN-14 raket afgevuurd. Ofschoon de taakgroep daarbij wel merkbare schade opgelopen had (‘Kresta II’ kruiser zwaar beschadigd en een ‘Alligator’-klasse landingsvaartuig gezonken) kon de voorgenomen amfibische landing nog steeds uitgevoerd worden. Weliswaar met een half bataljon mariniers minder (van de ca. 3 bataljons in totaal), maar met een groot deel van de luchtafweerschil nog intact en alle Naval Gunfire Support mogelijkheden nog intact.
Tactische situatie: de Amfibische taakgroep had de dreiging die uitging van beide onderzeeboten in de Submarine Patrol Zone geneutraliseerd, waarbij beide onderzeeboten verloren gingen. Frappant genoeg is daarbij geen enkele SSN-14 raket afgevuurd. Ofschoon de taakgroep daarbij wel merkbare schade opgelopen had (‘Kresta II’ kruiser zwaar beschadigd en een ‘Alligator’-klasse landingsvaartuig gezonken) kon de voorgenomen amfibische landing nog steeds uitgevoerd worden. Weliswaar met een half bataljon mariniers minder (van de ca. 3 bataljons in totaal), maar met een groot deel van de luchtafweerschil nog intact en alle Naval Gunfire Support mogelijkheden nog intact.
Wat vind ik van deze tweede ‘Naval Command 2021’ wargame?
Door een ASW-dominant scenario te spelen, hebben we ervaring opgebouwd hoe onderwater oorlogvoering in ‘Naval Command 2021’ werkt. De spelregels houden goed rekening met actieve & passieve sonardetecties, de verschillende vaardieptes van onderzeeboten, de karakteristieken van onderzeeboten, zoutlagen onder water en de mate van onderwatergeruis van oppervlakteschepen. Ook was realistisch hoe je met een aantal helikopters en een maritiem patrouillevliegtuig (dat altijd meer ASW-sensoren mee voert) veel gemakkelijker een onderzeeboot kan opsporen (en dus snel kan aanvallen). Het spelelement dat een tegenstander, bij voldoende sonardetecties, de daadwerkelijke positie van een gedetecteerde onderzeeboot binnen een Submarine Patrol Zone mocht bepalen vergde echter wat gewenning. Maar daarom is Naval Command 2021 allereerst een spel en geen maritieme simulatie. Ofschoon we (nog?) geen ASW-specifiek spel binnen de ‘Shipwreck’-regelset gespeeld hebben, is de indruk dat ‘Naval Command 2021’ de zaken beter voor elkaar heeft.
Door een ASW-dominant scenario te spelen, hebben we ervaring opgebouwd hoe onderwater oorlogvoering in ‘Naval Command 2021’ werkt. De spelregels houden goed rekening met actieve & passieve sonardetecties, de verschillende vaardieptes van onderzeeboten, de karakteristieken van onderzeeboten, zoutlagen onder water en de mate van onderwatergeruis van oppervlakteschepen. Ook was realistisch hoe je met een aantal helikopters en een maritiem patrouillevliegtuig (dat altijd meer ASW-sensoren mee voert) veel gemakkelijker een onderzeeboot kan opsporen (en dus snel kan aanvallen). Het spelelement dat een tegenstander, bij voldoende sonardetecties, de daadwerkelijke positie van een gedetecteerde onderzeeboot binnen een Submarine Patrol Zone mocht bepalen vergde echter wat gewenning. Maar daarom is Naval Command 2021 allereerst een spel en geen maritieme simulatie. Ofschoon we (nog?) geen ASW-specifiek spel binnen de ‘Shipwreck’-regelset gespeeld hebben, is de indruk dat ‘Naval Command 2021’ de zaken beter voor elkaar heeft.
Nadeel van zo’n ‘kortdurend’ spel is het feit dat een speler vaak niet geconfronteerd wordt met de consequenties van sommige inzet-beslissingen. Voorbeeld: beide partijen zetten al snel hun hele luchtvloot in. Die echter maar 2 of 3 sorties (van elk 1-2 uur) per airframe per dag kan uitvoeren (in werkelijkheid), omdat er vaak niet meer vliegbemanningen aan boord zijn. In realiteit zal je dus niet gauw meerdere helikopters tegelijkertijd rondom een taakgroep zien vliegen…want dan heb je de rest van de 24u. niets meer!
Indien je zo’n amfibisch konvooi scenario uitdagender wil maken, adviseer ik de amfibische schepen aan het begin van het spel te vervangen door contact markers (zodat een tegenstander ze eerst goed moet identificeren, voordat die door heeft welke de High Value Units zijn) en iets meer luchtdreiging te introduceren (nu was er alleen de luchtdreiging van de SSN-7’s). Indien een konvooi zowel onderzeeboot- als luchtdreiging heeft, moet je goed nadenken waar je de beschermende fregatten en destroyers positioneert. Sommige van die schepen zijn beter in ASW, sommige in AAW (anti Air Warfare). En dan zal je sneller geneigd zijn om de onderzeebootdreiging aan te pakken middels eigen helikopters/vliegtuigen en de fregatten/destroyers bij het konvooi te houden. Extra missiledreiging kan ook van de kust komen; de Argentijnse marine vuurde in 1982 (Falkland oorlog) MM38 Exocet raketten vanaf de kust af op Britse oorlogschepen; de Joegoslavische marine had in de jaren ’90 op haar kust wielvoertuigen met SSN-2 Styx raketten, die een dreiging waren voor de NAVO-oorlogschepen die het olie- en wapenembargo uitvoerden en de Oekraïense marine vuurde vanaf haar kust in april 2022 twee ‘Neptune’ raketten af op de 120 km. verder gelegen Russische kruiser ‘Moskva’, die daarna zonk.
Indien je zo’n amfibisch konvooi scenario uitdagender wil maken, adviseer ik de amfibische schepen aan het begin van het spel te vervangen door contact markers (zodat een tegenstander ze eerst goed moet identificeren, voordat die door heeft welke de High Value Units zijn) en iets meer luchtdreiging te introduceren (nu was er alleen de luchtdreiging van de SSN-7’s). Indien een konvooi zowel onderzeeboot- als luchtdreiging heeft, moet je goed nadenken waar je de beschermende fregatten en destroyers positioneert. Sommige van die schepen zijn beter in ASW, sommige in AAW (anti Air Warfare). En dan zal je sneller geneigd zijn om de onderzeebootdreiging aan te pakken middels eigen helikopters/vliegtuigen en de fregatten/destroyers bij het konvooi te houden. Extra missiledreiging kan ook van de kust komen; de Argentijnse marine vuurde in 1982 (Falkland oorlog) MM38 Exocet raketten vanaf de kust af op Britse oorlogschepen; de Joegoslavische marine had in de jaren ’90 op haar kust wielvoertuigen met SSN-2 Styx raketten, die een dreiging waren voor de NAVO-oorlogschepen die het olie- en wapenembargo uitvoerden en de Oekraïense marine vuurde vanaf haar kust in april 2022 twee ‘Neptune’ raketten af op de 120 km. verder gelegen Russische kruiser ‘Moskva’, die daarna zonk.
Time-lapse video (met dank aan tegenspeler Edzard):






Geen opmerkingen:
Een reactie posten