Naast scheepjes voor Naval Wargaming (schaal 1:3000) verzamel ik ook scheepjes in de gangbare schaal van 1:1250 (overeenkomend met de schaal van de silhouet-tekeningen in de diverse scheepsherkenningsboekwerken). Dit komt vnl. omdat ik ooit in een Duits maritiem museum een gigantische kastenwand gezien heb met heel veel modellen (in die schaal) van heel veel marines. Daar viel mij op dat er veel modelletjes bestaan van bijvoorbeeld de Nederlandse Marine en de Russische. ‘Verzamelen’ gaat via het internet: ik zoek (en koop soms) 2e hands modellen.
Hieronder een update van afgelopen jaar.
Hieronder een update van afgelopen jaar.
De eerste foto betreft de Sovjet marine. Van links naar rechts zie je een Kara-klasse kruiser (project 1134B; 1971-2020), een van de 2 Moskwa-klasse helikopterkruisers (project 1123; 1967-1997), Zwarte Zeevloot) en een Riga-klasse fregat (project 50; 1954-1980). Allen gespecialiseerd in onderzeebootbestrijding.
De tweede foto focust op Russische nucleaire onderzeeboten; specifiek hoe groot de Typhoon-klasse was. Hiervan zijn er 6 gebouwd en hebben dienst gedaan in de periode 1981-2023. Uitgerust met 20 ballistische raketten met kernkoppen. Ze waren 175 m. lang en hadden een waterverplaatsing van 48.000 ton (onder water). Zie dat een ‘Typhoon’ in grootte niet onder doet voor een ‘Kara’-klasse kruiser. Aan de rechterkant van de foto zien we een Akula-klasse nucleaire onderzeeboot (project 971). Deze zijn gebouwd sinds 1981 en een aantal doet ervan nog dienst.
De derde foto betreft de Koninklijke Marine, in de tijd dat ik daar begon te werken. Van links naar rechts: een onderzeeboot van de Dolfijn/Potvis klasse (3-cilinder type; 1960-1990), een onderzeebootjager van de Friesland-klasse (1953-1982; ik voer in 1980 kortstondig mee met Hr.Ms. Groningen) en een van de 2 geleide-wapen-fregatten van de Tromp-klasse (1975-2001; ik voer in 1991 kortstondig mee met Hr.Ms. De Ruyter).
De 4e en 5e foto’s betreft oorlogsschepen waarmee de Koninklijke Marine de Tweede Wereldoorlog in ging. De 4e foto laat een 3-tal kruisers zien, het grootste type oorlogschip dat Nederland zich toen kon veroorloven. Het meest rechtse schip is een van de 2 Java-klasse lichte kruisers, gebouwd vlak na de Eerste Wereldoorlog. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog waren zij qua gevechtscapaciteiten eigenlijk al verouderd en beide eenheden hebben de oorlog dan ook niet overleefd. Het middelste schip is de lichte kruiser Hr. Ms. de Ruyter; gebouwd in 1936. Zij bleek echter in 1942 niet opgewassen tegen de Japanse zware kruisers die haar bij de slag in de Javazee tot zinken brachten. Het linker schip is de kleine & lichte kruiser Hr.Ms. Jacob van Heemskerck. Nederland begon aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog zich te laat te herbewapenen en koos er zelfs voor om ‘niet al te agressieve schepen te bouwen’. Zo waren deze kleinere lichte kruisers (met 6 x 15 cm. kanons) feitelijk bedoeld als vervanger van de grotere Java-klasse (met 10 x 15 cm. kanons)… Hr.Ms. Tromp kwam gereed in 1937, maar Hr.Ms. Jacob van Heemskerck was dat nog niet in mei 1940! Zij kon nog net uitwijken naar Engeland en kreeg daar een Britse luchtverdedigingsbewapening van 10 kanons van 10,2 cm. Beide schepen hebben de Tweede Wereldoorlog overleefd.
De 5e foto laat een aantal kleinere eenheden zien. We beginnen wederom ter rechter zijde. Een van de 2 kanonneerboten van de Soemba-klasse. Gebouwd in 1926 en uitgerust met 3 kanons van 15 cm. (vergelijkbaar met die van de Java-klasse kruisers). Ontworpen voor inzet in de koloniën en te traag voor inzet samen met de zeegaande vloot van kruisers en destroyers (die 2x zo snel konden varen) hebben beide schepen een voortreffelijke loopbaan gehad tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hun specialiteit bleek het beschieten van doelen op de kust (mede vanwege hun beperkte diepgang) en ze werden veelvuldig ingezet bij diverse amfibische landingen. Daar werden ze bekend als de ‘Terrible Twin’.
Het tweede model is een destroyer van de ‘Admiralen’-klasse. Vanaf 1925 zijn er 8 stuks gebouwd. Het grootste deel deed dienst in Nederlands Indie. 7 stuks zijn gezonken/vernield tijdens de Japanse inval in 1942; de Hr.Ms. Van Galen werd zelfs al tot zinken gebracht in mei 1940, in Rotterdam. Het verouderde scheepstype bleek niet opgewassen tegen de veel beter bewapende Japanse destroyers of tegen luchtaanvallen.
Het derde model is de kanonneerboot ‘Van Kinsbergen’. Ofschoon groter dan de Soemba-klasse, had het lichtere kanons (12 cm.) en was het specifiek ontworpen als artillerie-instructieschip. Het schip werd nog juist voor de mobilisatie in 1939 opgeleverd en werd vanaf dat jaar ingezet vanaf Curacao (voor bescherming & artillerie-instructie).
Het laatste model is een destroyer van de ‘Callenburg’-klasse. Dit type werd gebouwd vanaf 1938, als vervanger/uitbreiding van de ‘Admiralen’-klasse. Tijdens de Duitse inval waren de 4 schepen in diverse stadia van afbouw. Alleen de ‘Isaac Sweers’ kon (zonder bewapening) uitwijken naar Engeland en werd daar verder afgebouwd. Helaas werd zij in 1942 in de Middellandse Zee getorpedeerd door een Duitse onderzeeboot. De ‘Callenburgh’ werd door de Duitsers afgebouwd en vanaf 1942 ingezet als ‘ZH1’ (‘Zerstorer Holland’). Dit model is de ZH 1. Zij is in 1943 in de Golf van Biskaje in gevecht met geallieerde destroyers gezonken.
Daarnaast zijn er ook modellen gemaakt van Nederlandse mijnenvegers en hulpvaartuigen, dus ik heb nog voldoende te verzamelen…
Het tweede model is een destroyer van de ‘Admiralen’-klasse. Vanaf 1925 zijn er 8 stuks gebouwd. Het grootste deel deed dienst in Nederlands Indie. 7 stuks zijn gezonken/vernield tijdens de Japanse inval in 1942; de Hr.Ms. Van Galen werd zelfs al tot zinken gebracht in mei 1940, in Rotterdam. Het verouderde scheepstype bleek niet opgewassen tegen de veel beter bewapende Japanse destroyers of tegen luchtaanvallen.
Het derde model is de kanonneerboot ‘Van Kinsbergen’. Ofschoon groter dan de Soemba-klasse, had het lichtere kanons (12 cm.) en was het specifiek ontworpen als artillerie-instructieschip. Het schip werd nog juist voor de mobilisatie in 1939 opgeleverd en werd vanaf dat jaar ingezet vanaf Curacao (voor bescherming & artillerie-instructie).
Het laatste model is een destroyer van de ‘Callenburg’-klasse. Dit type werd gebouwd vanaf 1938, als vervanger/uitbreiding van de ‘Admiralen’-klasse. Tijdens de Duitse inval waren de 4 schepen in diverse stadia van afbouw. Alleen de ‘Isaac Sweers’ kon (zonder bewapening) uitwijken naar Engeland en werd daar verder afgebouwd. Helaas werd zij in 1942 in de Middellandse Zee getorpedeerd door een Duitse onderzeeboot. De ‘Callenburgh’ werd door de Duitsers afgebouwd en vanaf 1942 ingezet als ‘ZH1’ (‘Zerstorer Holland’). Dit model is de ZH 1. Zij is in 1943 in de Golf van Biskaje in gevecht met geallieerde destroyers gezonken.
Daarnaast zijn er ook modellen gemaakt van Nederlandse mijnenvegers en hulpvaartuigen, dus ik heb nog voldoende te verzamelen…
De historie van deze scheepjes kan ons ook wat leren.
Nederland behoorde aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog niet tot een bondgenootschap. Als vrij grote koloniale mogendheid stonden we er in principe alleen voor. Feitelijk was er in de Haagse politiek (te laat) alleen nagedacht over een Japanse dreiging richting Nederlands Indie. Hiervoor waren 3 slagkruisers bedacht, maar dat plan kwam te laat en werd nooit uitgevoerd. Ook de 1-op-1 vervanging van bestaande kruisers en destroyers verliep uiterst moeizaam, voor een deel te begrijpen vanwege de beurskrach en de daarop volgende moeilijke economische jaren. De Nederlandse zeegaande vloot stamde in de eerste 2 oorlogsjaren derhalve uit schepen ontworpen in de jaren ‘20 (met de lessen uit de vorige Wereldoorlog- dus o.a. met te weinig torpedobewapening en te weinig luchtafweer).
Wat is de situatie nu? De Nederlandse vloot is na de Koude Oorlog gehalveerd in schepen en personeel. Maritieme patrouillevliegtuigen hebben we helemaal niet meer. Sinds kort is er weer geld voor nieuwbouw maar de 2 fregatten van de Karel Doorman-klasse (meer dan 30 jr. oud) worden slechts 1-op-1 vervangen. De 4 fregatten van de ‘7 Provinciën’-klasse (inmiddels 20 jr. oud) worden nog steeds geen destroyers genoemd (wat het feitelijk wel zijn) en worden gemoderniseerd in afwachting van (ooit) toekomstige vervanging. Van de 4 onderzeeboten van de ‘Walrus’-klasse (inmiddels 35 jr. oud) ligt 50% tegen de kant. De 1-op-1 vervangers komen pas vanaf 2034(?) in dienst. Merk op dat er niet voor gekozen is het aantal onderzeeboten uit te breiden naar 6 (zoals tot 1990 gebruikelijk was). Ook komt er geen maritieme vliegcapaciteit terug en ook geen grote oppervlakteschepen bij; het is enkel maar 1-op-1 vervanging! Kortom, de huidige (kleine, doch kwalitatief redelijke) vloot is veel ouder dan ten tijde van 1940-1942. Ons geluk is het feit dat we onderdeel zijn van een bondgenootschap (NAVO) en het feit dat de Russische tegenstander nog veel oudere schepen en vliegtuigen heeft (en dat ook niet gemakkelijk kan vervangen). Dat is overigens niet het geval is we ooit eens gevraagd worden mee te helpen in Azië….
Nederland behoorde aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog niet tot een bondgenootschap. Als vrij grote koloniale mogendheid stonden we er in principe alleen voor. Feitelijk was er in de Haagse politiek (te laat) alleen nagedacht over een Japanse dreiging richting Nederlands Indie. Hiervoor waren 3 slagkruisers bedacht, maar dat plan kwam te laat en werd nooit uitgevoerd. Ook de 1-op-1 vervanging van bestaande kruisers en destroyers verliep uiterst moeizaam, voor een deel te begrijpen vanwege de beurskrach en de daarop volgende moeilijke economische jaren. De Nederlandse zeegaande vloot stamde in de eerste 2 oorlogsjaren derhalve uit schepen ontworpen in de jaren ‘20 (met de lessen uit de vorige Wereldoorlog- dus o.a. met te weinig torpedobewapening en te weinig luchtafweer).
Wat is de situatie nu? De Nederlandse vloot is na de Koude Oorlog gehalveerd in schepen en personeel. Maritieme patrouillevliegtuigen hebben we helemaal niet meer. Sinds kort is er weer geld voor nieuwbouw maar de 2 fregatten van de Karel Doorman-klasse (meer dan 30 jr. oud) worden slechts 1-op-1 vervangen. De 4 fregatten van de ‘7 Provinciën’-klasse (inmiddels 20 jr. oud) worden nog steeds geen destroyers genoemd (wat het feitelijk wel zijn) en worden gemoderniseerd in afwachting van (ooit) toekomstige vervanging. Van de 4 onderzeeboten van de ‘Walrus’-klasse (inmiddels 35 jr. oud) ligt 50% tegen de kant. De 1-op-1 vervangers komen pas vanaf 2034(?) in dienst. Merk op dat er niet voor gekozen is het aantal onderzeeboten uit te breiden naar 6 (zoals tot 1990 gebruikelijk was). Ook komt er geen maritieme vliegcapaciteit terug en ook geen grote oppervlakteschepen bij; het is enkel maar 1-op-1 vervanging! Kortom, de huidige (kleine, doch kwalitatief redelijke) vloot is veel ouder dan ten tijde van 1940-1942. Ons geluk is het feit dat we onderdeel zijn van een bondgenootschap (NAVO) en het feit dat de Russische tegenstander nog veel oudere schepen en vliegtuigen heeft (en dat ook niet gemakkelijk kan vervangen). Dat is overigens niet het geval is we ooit eens gevraagd worden mee te helpen in Azië….





Geen opmerkingen:
Een reactie posten